East West Expedition
Like ons op Facebook

East West Expedition

door Jan Klaas Gatsonides

Al veertien jaar geleden kwamen wij voor het eerst in Australië. Wij hadden geen idee wat wij daar zouden zien. Mijn zus woont daar al sinds de jaren zestig en dit was ons eerste bezoek aan haar. Samen met onze zoon en dochter, toen 10 en 12 jaar oud, kwamen wij aan in Perth en keken onze ogen uit. Alles was anders: de dieren, de planten, zelfs de zon ging de verkeerde kant op. Inmiddels kennen we Australië beter. Diverse gebieden hebben we doorkruist. We zijn in Kakadu geweest, zijn langs de hele westkust gereden en hebben de Gibb River Road gedaan. Ook het rode hart is voor ons niet meer onbekend. Ons contact met Oz leek steeds inniger en extremer te worden.

In 2004 was het de vierde maal dat wij, mijn vrouw Eve en ik nu zonder kinderen, in Australië kwamen. Deze keer zouden we een echt Australisch avontuur in de outback beleven. Niet een volledig georganiseerde tour, maar in konvooi van de oostkust naar de westkust. Een tocht die ons door diverse woestijnen zou brengen. Wij hadden daarvoor een Toyota Landcruiser Trooper gehuurd bij Travel Car Centre in Sydney. De naam van dit bedrijf noem ik opzettelijk, omdat deze ons een zeer goed uitgeruste auto meegaf en ons bovendien uitgebreid instrueerde in het gebruik van auto en gereedschap. Zo hadden wij een heel complete kampeerset bij ons en de auto was voorzien van lier, schop, handgereedschap, twee reservebanden en een zogenaamde highliftjack, een hele zware sterke krik.

Voor ons vertrek moesten we zorgen voor meerdere dagen voorraad. Houdbare etenswaren was geen probleem. Het vacuüm verpakt vlees (Cryovac) kon met een beetje koeling wel een maand goed blijven. De supermarkten in Sydney zijn ruim voorzien en niet duurder dan Nederlandse supermarkten. Ons konvooi startte in Sydney op 19 juli met 10 voertuigen. Vanuit Sydney reden we door de Blue Mountains naar het plaatsje Dubbo. Een afstand van zo'n 700 km, wat met tien auto's een heel prestatie is op een dag.

We zijn gestart met onze Oost West Expeditie. Op woensdag 21 juli vertrokken we uit Sydney met 10 auto's. Het eerste deel van de tocht ging dwars door de Blue Mountains. We konden direct even wennen aan wat hele scherpe haarspeldbochten. Zo tegen het einde van de middag waren we weer uit de bergen. De bedoeling was om naar Dubbo te rijden en daar te kamperen, maar de zon kwam al laag en we gingen dus al een 50 km eerder op zoek naar een camping. Tevergeefs. We moesten toch door naar Dubbo.

Toen we daar aankwamen werd het al een beetje donker en we moesten dus in de duisternis ons kamp opbouwen en eten koken. Het was hier niet bepaald warm en we konden geen kampvuur maken. Nadat we gegeten hadden duurde het dan ook niet lang of we lagen in bed. De volgende dag vroeg uit de veren, om zes uur begon Anco al iedereen wakker te maken. Deze dag moest een flink aantal kilometers worden afgelegd om Broken Hill te bereiken.

Helaas bleek niet iedereen erg snel te zijn in het inpakken en het was dus toch nog na achten dat we op weg gingen. We zagen onderweg regelmatig wild, veel vogelsoorten, kangoeroes en Emu's. Cees had zijn eerste "roadkill". Een kangaroe kopte zijn auto en lag zieltogend op straat. Een aanblik die enkele dames een beetje te veel was. Het beest was echter bijna onmiddellijk dood. Onderweg werd duidelijk dat we door de quarantaine moesten. De quarantaine is ingesteld om te voorkomen dat de fruitvlieg zich verder verspreid naar gebieden waar veel fruit wordt geteeld, zoals in dit geval Zuid Australië. Dat wil zeggen dat vanaf dat punt geen fruit meegenomen mocht worden. Dat hield voor een aantal van ons in dat er veel moest worden weggegooid.

Er werd overlegd of we wel door zouden rijden naar Broken Hill of dat we voor de quarantaine zouden kamperen. Voorgesteld werd om ieder te laten doen wat hij zelf wilde. Dat hield in dat wij en Anco en Jannie en Wil besloten om te kamperen voor Broken Hill. De rest wilde zich de luxe van een douche niet ontzeggen en reed rechtstreeks naar de camping.Wij maakten kamp op ongeveer 130 km voor Broken Hill op een resting area, voorzien van vuurplaatsen en toilet. Hout lag er voldoende en binnen de kortste keren hadden we een kampvuur. Hier hebben we ook onze campoven voor het eerst gebruikt en we hadden daarmee een prima stamppot gemaakt.Na het eten werd het met een glaasje wijn heel gezellig bij het vuur en we gingen dan ook erg laat naar bed, om elf uur.

's Morgens waren we uiteraard weer vroeg wakker en na het ontbijt zouden we vertrekken naar Broken Hill. Helaas bleek onze auto niet te starten. De accu deed helemaal niets. Ook startkabels gaven geen uitkomst. Uiteindelijk heeft Wil ons aangesleept. Dat ging verder zonder enig probleem. Vervolgens op weg naar Broken Hill. Wij hadden nog wat aardappelen en uien en we wisten niet of die door de quarantaine konden. Er bleek uiteindelijk geen controle te zijn en we konden onze spullen houden.In Broken Hill reden we rechtstreeks naar de camping (Lakeview Caravanpark).

Daar hebben we eerst ons verhuurbedrijf (TCC) gebeld met de vraag wat we moesten doen met onze accu. We konden een garage zoeken en de accu na laten kijken. De rekening was voor TCC. De Toyotagarage hadden we gauw gevonden en op dit moment staat onze auto daar nog. We hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om het politiebureau te bezoeken. We werden hartelijk ontvangen en kregen een rondleiding door het bureau. Ondertussen werd een zojuist gepensioneerde collega gebeld, die oorspronkelijk uit Nederland kwam. Pim Schaaij was zijn naam. Die sprong op de fiets en kwam onmiddellijk langs. Hij vond het prachtig om een Nederlandse collega te ontmoeten en dan ook nog uit Friesland. Hij was zelf in Oosterwolde op school geweest.

Het bureau was heel aardig om te bekijken. Het gebouw zelf is fraai te noemen en van binnen was het heel praktisch ingericht. Opmerkelijk was dat hier on line met foto's en vingerafdrukken werd gewerkt. Dacty werd niet meer met inkt afgenomen maar gelijk in de computer ingelezen en doorgestuurd naar Sydney. Tijdens de tour kwam ook nog een inspecteur bij ons staan. Greg was zijn naam. Hij stelde voor om te kijken of er Nederlandse collega's waren die uit wilden wisselen met Australische politiemensen om over een weer ervaring op te doen. Op dit moment zitten we in een internetcafé en moeten nog even afwachten wanneer onze auto klaar is. Morgen vertrekken we naar Mootwingi Nationaal Park. Voorlopig zullen we waarschijnlijk geen internet meer zien en ook onze telefoon zal misschien weer werken in Birdsville. Als dat niet zo is zullen we voor Alice Springs even niets van ons laten horen.

29 juli

Birdsville blijkt dus wel een internetmogelijkheid te hebben in de bibliotheek. Vandaar dat we even ons verhaal kwijt kunnen. De laatste berichten waren dat wij stonden te wachten op de reparatie van onze auto. Gelukkig is dat allemaal weer klaar. Het bleek dat de "brain" stuk was. Wat het precies is weet ik niet, maar het heeft te maken met de aansluiting tussen beide accu's. Na Broken Hill zijn we vertrokken naar Mutawintji Nat. Park. Daar hebben we een uitgebreide wandeling gemaakt, met veel klimmen en dalen. Onderweg kwamen we ook nog een kangaroe tegen, die zich vlug uit de voeten maakte. Vervolgens moesten we verder naar White Cliffs. Aangezien het te laat was haalden we dat niet en we hadden ons eerste bushcamp aan de oever van een droge rivierbedding.

Een prachtige plaats. Uiteraard werd er een vuur gemaakt en zaten we s'avonds om het kampvuur. Echter niet te lang. We waren doodop en om een uur of negen was iedereen in z'n tent. 'sMorgens vroeg weer op en we vertrokken naar White Cliffs, een stadje dat leeft van het delven van opalen. Het is net zoiets als Coober Pedy, voor zover iemand dat iets zegt. De temperaturen zijn daar in de zomer zo hoog, dat veel mensen onder de grond leven. Aangezien het zondag was, was er niets open, maar voor 22 toeristen kon wel iets worden geregeld. Er werd een minibus opgetrommeld met een gids, die vreselijk veel vreselijk snel vertelde. Veel ging dan ook verloren in zijn woordenstroom, maar toch was het geheel wel informatief.

Leuker was de rondleiding, die wij kregen in de woning van Mad Jack, die ook al 35 jaar in zijn woning onder de grond leefde en naar opalen zocht. We kregen een indruk van het leven onder de grond, hoewel het de vraag was of Jack's woning representatief was voor de hele gemeenschap. Vanuit White Cliffs de gang er in gezet naar Tibooburra, waar we een camping opzochten. Daar hebben we het politiebureau opgezocht en kregen een rondleiding in het piepkleine bureautje van de eenmanspost. De collega, Ross Wilson, heeft in zijn eentje een gebied van 250 bij 190 km waarin 350 mensen wonen. Hij had eigenlijk gewoon dag en nacht dienst. Aangezien we nog ons kamp op moesten zetten moesten we het kort houden. Toch wel even leuk met elkaar gesproken en adressen uitgewisseld.

Van Tibooburra ging de tocht naar Innnamincka. De dirtroads waren in het begin heel goed (de Bore Track), maar dichter bij Innmaincka kwamen er steeds meer stenen op de weg op de Gibber Plane en het rijden werd steeds lastiger. Innmamincka zelf is een stadje van helemaal niks. Er is een tradepost en een benzinepomp. Kamperen deden we op een campsite aan een kreek (Cullyamurra waterhole). Daar vierden we ook de geboorte van de kleindochter van Norma, die voor een overvloedige voorraad wijn had gezorgd. Komt hard aan voor het eten na een dag intensief rijden.

Onderweg hebben we overal kangoeroes, emu's, kytes (roofvogels) en zelf een hagedis gezien. Daarnaast kwamen we regelmatig vee en paarden op de weg tegen. Omheiningen bestaan lang niet overal.Vanuit Innamincka ging de reis verder naar Burke's grave. Het graf van een ontdekkingreiziger die tijdens een desastreuze tocht het leven liet. Het boek Coopers Creek vertelt het hele verhaal hierover.

Burke was een Ierse politieman, die geen verstand had van de bush. Wel was hij stronteigenwijs en hij nam zeker geen advies aan van de aboriginals. Toen hij na vier maanden in zijn basiskamp terugkeerde vanuit het noorden, was de achterbleving bezetting van dat kamp net 's morgens vertrokken. Wel hadden ze voedsel achtergelaten onder de "digtree", maar dat werd niet gevonden. Burke stierf in Innmamincka. De digtree bezochten we later op die dag, waarna we naar onze eindbestemming zouden gaan.

Birdsville was niet meer te bereiken en we hadden onderweg weer een bushcamp. Ook dit keer weer een mooie plaats bij een kreek.Onderweg had Anco tot twee maal toe aan de zelfde kant van de auto een lekke band. Wel werden de banden snel gewisseld, zodat het oponthoud gering was, maar Anco had zijn reservebanden opgebruikt. Gelukkig haalde hij de camping en had hij reparatiemateriaal bij zich en konden we een band maken. De volgende dag ging het weer verder over heel veel stenen. Een plaag voor onze banden. Natuurlijk kon het niet uitblijven en Anco had zijn derde lekke band. Ook deze weer verwisseld en verder.

Evertje reed in onze auto en hoorde een vreemd geluid, kort daarna begon de auto te slingeren en ja hoor, wij hadden onze eerste lekke band. We kregen van Mike gelijk even een les in het gebruik van de Highliftjack, een soort krik die de hele auto gemakkelijk optilt. Vol praat je dan al gauw over een 2,5 ton. 20 minuten later konden ook wij weer verder, na wat lucht uit de banden te hebben gelaten. Het reed wat zwabberig, maar voor de banden was deze druk aanmerkelijk beter. Wij haalden dan ook zonder problemen Birdsville.

Wij zijn 's avonds in het plaatselijke hotel heerlijk uit eten gegaan. Het was daar prima. Mike gaf ons de volgende dag rust, zodat we eindelijk even konden relaxen, nou ja, relaxen. De hele dag zijn we bezig met was, reparaties, controlen van de auto en het plaatsen van berichten op het internet.Morgen begint onze tocht pas echt. We gaan naar de Big Red Dune. Een hele hoge zandduin, die een uitdaging is voor elke 4WD rijder. We zullen wel zien wat het wordt. Over een dag of vijf zijn we in Alice Springs en hebben we hopelijk iets meer tijd om ook foto's te plaatsen.

4 augustus

Na Birdsville begon ons echte 4WD avontuur. De eerste duin die we tegen kwamen was de Big Red Dune, 35 km na Birdsville. De duin was 90 meter hoog, maar leek eigenlijk vrij klein. Voor we naar boven gingen lieten we de bandenspanning zakken tot 24 psi achter en 22 voor. Zonder veel moeite reden we naar boven. Helemaal bovenaan de duin zie je alleen nog blauwe lucht voor de voorkant naar beneden zakt. Dit stukje kun je beter heel voorzichtig doen, want je weet niet hoe de weg er beneden uitziet. In dit geval bleek er onmiddellijk een bocht naar links te zijn. Alles ging goed en nadat iedereen erover was konden we op weg naar de volgende duinen.

Er volgden er meerdere. In het begin ging het prima, maar de weg was vaak erg uitgevreten door alle toeristen, die in de vakantie over deze weg waren gekomen.Veel hadden die tocht met trailers gedaan, waardoor ze snel vast kwamen te zitten en de weg compleet verruineerden. Uiteindelijk kwamen er duinen, die minder simpel te nemen waren. Om beurten moesten we ons terug laten zakken om het nog eens te proberen.Evertje had het genoegen om van ons tweeen als eerste vast te komen zitten. Ze moest terug en bleef ook op de terugweg vast zitten. Graven dus. Uiteindelijk kwamen we toch boven. Anco had de meeste moeite om de duinen te nemen en moest vaak meerdere pogingen doen.Uiteindelijk kwamen we bij duinen waar wij ook niet meer tegenop kwamen.

Bij de eerste duin waar we vast kwamen te zitten werden we er met een lier overheen getrokken. Toen ook de volgende niet lukte brachten we onze bandenspanning verder naar beneden. Dat bleek voldoende te zijn. Vanaf dat moment ging het vrijwel zonder moeite. Ook Anco bracht zijn bandenspanning naar beneden en kon toen ook alles aan. Wel griezelig om met zulke lage spanning in je banden te rijden. Elke steen kan fataal voor je banden zijn en je moet dus heel erg geconcentreerd rijden. Wij kregen ook zelf nog een lekke band. Waarschijnlijk alleen maar het ventiel. Aangezien we het op tijd constateerden zal dit geen nieuwe band kosten.

Na drie bushcamps in de Simpson desert gingen we op weg naar Alice Springs. Na een kwartier bleek Anco's radiateur lek te zijn. Een groot probleem. Mike, Norma en Leyla en wij bleven bij hem. Mike probeerde de auto van Anco te repareren, wat in eerste instantie leek te lukken. Na drie en en half uur waren we weer op weg, maar na 20 km was het weer mis. Mike sleepte daarop Anco verder, wat een hachelijk avontuur is op gravel. Uiteindelijk kwamen andere convooileden terug. Zij hadden in Finke materiaal gekocht om de radiateur te herstellen. Het flesje dat in het koelwater werd gegooid bleek wonderen te doen. Het lekken stopte en we gingen op naar Finke. Daar konden we weer brandstof inslaan.

Helaas bleek Anco's auto het weer te hebben gegeven. Dit keer werd ander materiaal gebruikt om de reparatie uit te voeren. Daarna gingen wer weer via diverse gravelroads op weg naar Alice. We waren zeker 4 of 5 uur later dan we verwachten en uiteindelijk reden we dan ook in het donker over een stoffige gravelroad. We waren allemaal blij en doodmoe toen we in Alice aankwamen. Gelukkig wachtte hier een motelkamer op ons, waar we heerlijk konden douchen.Zover over het autorijden.

Onderweg door de Simpson zagen we niet veel wildlife, op een enkele dingo, kangaroe en adelaar na. Wel zag de woestijn er prachtig uit. Door de regen waren overal bloemen te zien. Het leek soms net of je door een Iers landschap reed en je kan je niet voorstellen dat deze vlakte er over een maand weer dor en droog uitziet.Ondertussen hebben we met een politieman uit Alice, Don Fry, de stad verkent. Hij liet ons allerlei bezienswaardigheden zien, maar liet ook zien hoe de aboriginals leven in hun eigen gemeenschap.

De huizen zien er niet uit. Het is er een gigantische bende, maar de aboriginals hebben daar geen problemen mee. Ze krijgen voldoende geld, maar steken dat voornamelijk in de drank. Het belangrijkste waar de politie hier mee te maken heeft is dan ook het drankgebruik.DNA wordt hier gewoon van elke arrestant afgenomen, voor zover die tenminste van een misdrijf wordt verdacht. Veel mensen worden wel binnengebracht maar zijn niet onder arrest. Ze worden in een grote ruimte bijeen gezet om nuchter te worden en gaan na een paar uur weer de straat op. Vanavond zijn we uitgenodigd bij een collega thuis, die ons op een bijzondere plaats de zonsondergang zal laten zien. Nu moeten we druk aan het werk om te zorgen dat we morgen weer verder kunnen.

Like deze pagina

Specialisten Australië

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Australië?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Australië kenner
Sponsors