De Eckies Down Under
Like ons op Facebook

De Eckies Down Under

door Frans & Linda van Eck-Keuning

Darwin, 2 juli 2005

Australie, Down Under. Het is toch niet te bevatten. Slechts 3 uur vliegen van Denpasar en we lopen weer gewoon in de westerse wereld. Weliswaar met hoge temperaturen, maar niet meer het klamme tropische. We zitten midden in een buurt waar de hotels staan, dus je verwacht daar eigenlijk ver van het centrum te zitten. Echter, Darwin is in 1975 door een cycloon te grazen genomen en grotendeels opnieuw opgebouwd. Het centrum is bij het hotel vandaan 10 minuten lopen. Maud was er snel klaar mee en wilde naar het zwembad. Wij zijn dus terug gelopen en Frans en Wiep volgden een kwartiertje later. Naar het zwembad, maar dat was vreselijk koud, dus ze waren snel opgefrist.

Morgen trekken we dus met de camper richting Alice Springs en Ayers' Rock. Eerst naar Kakadu, een National Park hier in de buurt, waarvan vooral Wiep denkt dat het dan met haar gedaan is: daar zal zij verschanst worden door een krokodil. Tot die tijd zijn we vooral aan het landen in Australie, waar het zo vanzelfsprekend westers is en toch ook weer heel anders. Veel grote auto's, veel mannen met cowboyhoeden op. Stoer volk. Ook onze eerste kennismaking met aboriginals. Voor mij in ieder geval voor het eerst dat ik ze zie in levende lijve en ik betrap mezelf op ordinair staren. De bouw, de mimiek, de kleur en op een of andere manier ontheemd... hier moet ik meer over te weten komen, want het intrigeert me wel.

10 juli, Alice Springs

4 uur plaatselijke tijd en wat hebben we een hoop gezien onderweg hiernaar toe. 1500 kilometer Veluwe en Drentse heide achter elkaar en daar een 2 baanssnelweg doorheen geplakt, maar dan met een roodkleurige achtergrond. In Darwin hebben we de camper opgehaald en daarna de spullen ingeladen bij het hotel. De eerste kilometers even wennen aan het links rijden en het links schakelen.

Op weg naar Kakadu National Park. Daar aangekomen hebben we bij Jabiru een caravanpark gevonden. Zwembad in het midden en daaromheen in cirkels grote plekken, waar je met gemak 3 campers kwijt kunt, maar wij het met één dus goed redden. In Kakadu hebben we ons op het park s' avonds verbaasd over het duister, de dierengeluiden en de relaxte sfeer die de Aussies om zich heen hebben hangen. Overdag hebben we een rots bezocht met originele aboriginaltekeningen en een cruise over de Yellow River. Een beetje de Weerribben, alleen met krokodillen en heel veel tropische vogels.

Na Kakadu zijn we woensdag doorgereden naar Katherine waar tot onze verbazing alle campings vol bleken te zijn. Na rond zoeken hebben we toch weer de eerste camping opgezocht en mochten daar tussen de cabins ( een soort kleine bungalow) staan. Bij navragen aan een voorbijganger of wij daar elektra af mochten tappen, bleken wij met een Amsterdammer te staan praten die al 30 jaar in Melbourne woont en tussentijds 25 jaar op Nieuw Guinea heeft gewoond en gewerkt. Hij was met vrienden en familie onderweg naar Darwin en bezocht onderwijl wat attracties.

Moet je, je voorstellen: die bus moet naar Darwin, ze hebben 3 weken vakantie en rijden dus met zo'n 40 man volledig geregeld door de vrouw van de chauffeur 4000 kilometer. Een lol dat ze hadden. Hij kwam s' avonds nog even zijn levensverhaal vertellen en vele tips en musts in Australie. Als we in Melbourne zijn, wil hij ons graag de stad laten zien. Geweldig. Die gastvrijheid en vriendelijkheid hier in Australie; ik sta er nog steeds verbaasd van dat, dat kan. Iedereen begroet je standaard met: 'How are you doing en what can I do for you?' Daar kunnen we nog wat van leren in Nederland.

Na Katherine door naar Daly Waters. Een pub, waar je ook moest zijn als je wilde tanken, een motel zocht of wilde kamperen. Wij wilden kamperen en werden verwezen naar de honeymoonplek op de zandvlakte ernaast. Al snel werden wij ingebouwd door andere kampeerders, maar er is niemand die daar ook maar een beetje moeilijk over doet. S' Avonds hadden wij ons ingeschreven voor de beef en barra BBQ. Heerlijke maaltijd met ondertussen vermaak van de lokale countryzanger en de houtsnijder, die ook nog een aardig moppie kon spelen en zingen.

In Kakadu en door de Amsterdammer waren we al ingelicht over de great nights, maar ik was zo nog zo naïef om te denken dat, dat weleens in een ander café zou kunnen plaats vinden. Die houtsnijder staat op een gegeven moment met een hoed op zijn kop, waar een huisje op gemaakt is en waar hij 2 kippen op heeft gezet (zijn singing eagles) een liedje te zingen. Zijn eigen woorden waren: 'It's not only twice as heavy, I also look twice as ridiculous'.

Een plek naar ons hart. Meer was er niet te doen, dus we zijn weer doorgereden naar Tennant Creek. Daar was het een feestdag. Gelukkig konden we daar wel een camping vinden, maar voor de rest was alles dicht. De kermis stond op 100 meter van de camping af en gelukkig werd ons een alternatief aangeboden: een avondje uit voor het Kinderkankerfonds. Een man had al 7000 kilometer door Australie gelopen en dat zou in Tennant Creek afgesloten worden met een feestavond en een veiling. OK, daar dus ook maar even geweest. Ook daar een Nederlandse mevrouw die al 30 jaar hier woont en af en toe wat helpt bij dit soort festiviteiten. De veiling hebben we even meegemaakt: absurde bedragen voor shirts, waterfilters en een motorjack, maar alles voor het goede doel met een ware veilingmeester die het vak verstond.

Nu dus in Alice Springs; het centrum van Australie en van de aboriginals. Helaas ook hier velen die verstoten zijn en ook in deze maatschappij niet echt aarden. De wetten van de aboriginals veranderen niet, dus zij die zich niet houden aan de wetten, worden verstoten en trekken naar de stad, waar zij vervolgens rondhangen in winkelcentra. Het blijft onwezenlijk en deerniswekkend.

Hier is het koud. 's Nachts vriest het en overdag is het strak blauw, maar wel slechts 13 graden. Even wennen dus om geen airco meer te gebruiken, maar verwarming. Vandaag hebben we de post van Flying Doctors Service in Alice Springs bezocht. Als ik toen wist wat ik nu allemaal weet, had het leven er weleens anders uit kunnen zien. Op 16 plekken in Australië zijn deze posten en daarmee is voor alle Australiërs medische hulp binnen bereik. Wireless, wings en stethoscopes, dat is het motto. Erg indrukwekkend. Medische hulp via de wireless en afhankelijk van de code 1, 2 of 3 vertrekt het vliegtuig om ter plekke hulp te verlenen.

Morgen rijden we door naar Ayers Rock, Uluru. Toch ook weer gewoon 450 kilometer. Maar ook dat went. Als het goed is rijden we morgen gewoon weg, maar als het licht vanavond weer uitvalt, moeten we eerst even naar de Britz. Van de week in Kakadu en gisteravond viel het licht uit en dan is het donker, echt donker. Vanmiddag heeft de Britz-meneer al wat gerommeld en zou die het moeten doen, maar mocht het nou vanavond weer gebeuren, dan dus morgen eerst daarheen.

We hebben het goed. De meiden doen het geweldig. Zonder mopperen zitten ze achter in de camper en spelen daar wat of zitten te lezen of wat met de computer. Het is erg knus met zijn 4en en we hebben het gevoel dat we al 3 maanden weg zijn in plaats van 3 weken.
We zijn ontzettend onder de indruk van de grootsheid van dit land, de oprechte vriendelijkheid van de mensen en de trots op hun land. Wie je ook tegen komt, van iedereen krijg je ongevraagd een tip of advies wat je wel en wat je niet moet doen.
Ook snap ik inmiddels dat je Australië meerdere keren moet doen; wat wij nu doen is iets als heel Europa door scheuren en onderweg even de Ardennen, de Eiffeltoren en snel door naar Barcelona, terwijl je eigenlijk bij elk bruin bordje langs de weg, eraf zou moeten. Het is een land waar de natuur overweldigend aanwezig is. Hier heeft het van de week geregend, evenals 12 dagen geleden. Daarvoor een jaar niet!!! Kom daar maar eens om thuis.

12 juli, Yulara (Ayers Rock Resort)

Na een ritje van wederom 450 kilometer zijn we aangekomen bij het Ayers Rock Resort. Naarmate we dichterbij kwamen hield het op met zachtjes regenen. We hebben gelijk na het inchecken de camper gekeerd en zijn naar het winkelcentrum gereden om boodschappen te doen.

Alles wat ik verwachtte bleek anders uit te vallen... nu zijn we midden in het rode hart van Australie en wat treffen wij daar? Een postkantoor, supermarkt, een heus modern café/restaurant met westerse prijzen, uiteraard vele souvenirwinkels en een uitgebreid tourist information center.

Na daar met een warme chocomel weer enigszins op temperatuur te zijn gekomen, zijn we teruggereden naar het Resort en hebben de camper geïnstalleerd. Daarna lekker binnen gebleven, want het bleef regenen. Volgens de juffrouw bij de receptie zou vandaag bij sunrise de lucht weer blauw zijn, maar helaas, ook vandaag showers. We zitten hier 4 dagen voordat we weer naar Alice Springs gaan en het is de bedoeling dat we Uluru (Ayers' Rock) bezoeken en de Kata Tjuta (Olga's).

Ook een dergelijk indrukwekkende rotspartij, maar daar kun je tussendoor lopen, als ware het een kloof. Schijnt erg indrukwekkend te zijn. Als het weer zo blijft, rijden we vandaag wellicht naar het culture centre waar veel info over de aboriginals te halen valt en waar je desgewenst mee kan doen aan een workshop Aboriginal art. Het is ook wel lekker om even kalm aan te kunnen doen, want er zit een behoorlijk tempo in. We rijden voor ons doen behoorlijke afstanden en zoals ik al schreef, we doen toch een soort van Europa in een week. Australië is net iets kleiner dan de Verenigde Staten en net iets groter dan heel Europa. In de VS zouden we ons toch beperken tot alleen Californië of zo.

Maar goed, nog geen haartje op het hoofd heeft spijt van deze reis. We genieten er alle vier enorm van: de reis, de uitzichten, die ook al lijken ze erg op elkaar toch ook weer heel verschillend zijn. De natuur, de vogels, de mensen en elke keer weer op een plek uitkomen die je niet kunt bedenken. Zelfs de boekjes kunnen niet vertellen waar je dan weer terecht komt, omdat elke ervaring en persoonlijke is. Wat valt op hier in Australië? Ze rijden links, het zijn gigantische afstanden, waar niemand moeilijk over doet, ze zijn allemaal enthousiast over de reis die we maken en hebben allemaal weer een andere tip waar we naar toe moeten, de vogels zijn hier anders, er liggen heel dode dieren langs de weg.

We hebben nog geen levende kangoeroe gezien, maar wel heel veel dode. 's Nachts komen ze naar het asfalt dat dan lekker warm is, maar op de roadtrains hebben ze nog steeds niet gerekend. Ook veel roofvogels dus die de karkassen helemaal uitgebeend achter laten; wat rest is het vel dat gelooid langs de kant ligt. Alle campings zijn nagenoeg vol en vooral met reizende Aussies, wat het erg levendig maakt. Early to rise and early to bed. Om 10 uur hoor je niets meer.

15 juli, Alice Springs

We zijn terug in Alice Springs met aanzienlijk prettiger temperaturen dan toen we weg gingen en een ontzettend indrukwekkende week achter ons.

Dinsdag de 12e trok het s' middags een beetje open, dus hebben we toch de camper losgekoppeld van water en elektriciteit en zijn naar Uluru gereden (Ayers Rock). Een grote rode rots midden in de rode woestijn. In hoogte is hij 348 meter (boven de grond. Onder de grond schijnt nog 2/3 van de rots te zitten) en in omtrek kun je erom heen lopen en dat is ongeveer 10 kilometer. Dinsdag hebben we een kleine wandeling gedaan van een uur. De rots is gelegen op aboriginal-grond en een soort van bedevaartplaats voor de Mala-mannen. Daarom wordt gevraagd aan de bezoekers om de rots niet te beklimmen, maar om de andere interessante wandelingen te doen.

Echter, wie schetst mijn verbazing dat daar toch gewoon een ijzerweg naar boven is aangelegd, waar jong en oud, in goede conditie en slechte conditie naar boven klimt. Alsof je over het altaar van de Notre Dame huppelt, dat is ongeveer de vergelijking als het gaat om schenden van de heilige plek. Wij hebben ons gehouden aan het verzoek en de wandelingen gemaakt. Dinsdag dus een kleine wandeling die langs de plekken leidt waar meisjes door de vrouwen geleerd wordt hoe de aboriginal-wetten over te nemen. Het is hoog, groot, rood, imposant en bijna niet van deze wereld. Het is keiharde rots, maar een of ander mol die daar leeft (Luru) heeft allemaal gaten in het rotswand gegraven.

Na deze wandeling zijn we naar het cultural centre gegaan en hebben daar wat rond gekeken.

Woensdag waren de Olga's aan de beurt (Kata Tjuta). Van eenzelfde grootsheid (568 meter hoog), maar dan uit meerdere rotsen bestaand. De wandeling daar doorheen was intensiever. Flink steil klimmen en dalen met na elke bocht weer een andere kleur rood en uitzicht. Op een gegeven moment loop je ook door een soort kloof en omhoogkijkend maakt dat je wel ineens heel nederig.

Na afloop zijn we naar de beroemde Uluru sunset gaan kijken. We waren niet de enigen. Massa's auto's die daar op een parkeerplek staan met stoeltjes ernaast en de nodige hapjes en drankjes om te nuttigen. Rond 6 uur gaat de zon onder en de Uluru verandert in een uur tijd voortdurend van kleur. We hebben 16 foto's gemaakt en achter elkaar is dat wel heel erg mooi.

De sunset had bij mij de associatie met de zonsverduistering van een paar jaar geleden. Op het moment dat die voor het laatst in de zon ligt, valt alles stil. De vogels zijn stil, er rijden geen auto's, heel bijzonder. Wat ook bijzonder was, is dat we daar onze eerste file van Australie vervolgens meemaakten. Niet heftig natuurlijk, maar al die types rijden dan achter elkaar naar Yulara, het dorp op 20 kilometer afstand waar de camping, hotels en andere overnachtingsplekken zijn.

De volgende dag toch weer naar Uluru om de tocht erom heen te maken. De meiden hadden de wandeling bij de Kata Tjuta geweldig gevonden, dus die gingen voor nog zo'n wandeling. Helaas, deze was heel gewoon erom heen over een aangelegd wandelpad, maar niet minder indrukwekkend. Ondertussen ook nog een andere kleine highlight bezocht; een bron waar ongeveer heel de omgeving qua mensen en dieren afhankelijk van is. Het water rolt van de berg (als het heeft geregend) in de bron. Helder, mooi en prachtig gelegen in een kom in de bergwand. Kortom, we hebben genoten van deze dagen in de outback.

In AS hebben we alvast wat souvenirs gekocht. We laten morgen de outback achter ons en dan is het toch leuker om het in de omgeving zelf te kopen. Straks de dankbare klus om de camper op te ruimen, de tassen weer in te pakken en schoon te maken, want morgen moeten we hem inleveren zoals we hem hebben meegenomen; redelijk schoon. Nu zit de halve outback erin, al dat oranje stof gaat overal inzitten.

Morgen met de trein vanuit hier naar Adelaide. Om 2 uur vertrekken we en zijn s'ochtends rond 10 uur in Adelaide. Het is een reis van ongeveer 1500 kilometer, dus ik ben benieuwd hoe snel die gaat. Waar we ook benieuwd naar zijn is of de bagage onderweg gecheckt wordt of al hier bij vertrek. Het schijnt zo te zijn dat je bij het passeren van de grens alle levensmiddelen moet inleveren, want je zou wel eens beestjes in kunnen voeren. Langs de Stuart Highway die we nu hebben gereden zie je dus ook regelmatig het verzoek op grote borden of je geen fruitvliegjes mee wil nemen (fruitfly free area). Je bedenkt het niet, maar de Aussies doen dat dus wel. Het is nog steeds prettig toeven hier. Het is een land met veel strikte regels, maar ze bieden de burger voldoende ruimte om een vrij leven te leiden en vooral gemoedelijk.

19 juli, Adelaide

The Ghan is een trein van 400 meter lang, die bij mij onmiddellijk Agatha Christie-associaties gaf. Rond half 2 konden we in de trein en tot die tijd hebben we in het zonnetje wat zitten lezen en wachten. Om 2 uur zette de trein zich in beweging in tempo nul en dat is ongeveer wel de hele reis zo gebleven. Alhoewel, de trein was wel een uur eerder op de plek van bestemming. We hadden gewoon de day-nightchairs gereserveerd, want een coupé is ongeveer vergelijkbaar met businessclass-prijzen.

Overdag was het geen probleem; prettige stoelen en genoeg beenruimte. Slapen echter in een trein, zonder kussen, deken en veel langslopend volk en heel hard snurkende mannen, is een ander verhaal. Rond half 8 werd omgeroepen dat tot 8 uur ontbijt gehaald kon worden, dus met een kopje koffie zijn we voorzichtig Adelaide ingereden. Onderweg ook vooral weer veel oneindige vlaktes gezien met hier en daar wat runderen en kamelen, maar ook hier geen kangoeroes kunnen spotten. Volgens de chauffeur van de limo was dat het verschil tussen de Aussies en de Dutch. Wij hebben de ruimte, jullie de mensen. Ongelooflijk hoeveel ruimte hier is en hoe opgepropt wij dan zitten in ons kikkerlandje!!!

Adelaide, 9 uur s' ochtends. Koud (13 graden) en bewolkt. Omdat de kamers nog niet klaar waren zijn we de stad in gegaan om boodschappen te doen en toen we vervolgens terug kwamen, was de kamer klaar. Een gigantisch appartement, met 2 slaapkamers, grote woonkamer en comfortabele keuken. Ik ben onder de douche gedoken, de wasmachine volgestopt en daarna niets meer gedaan, behalve eten en vroeg te bed.

Gisteren ben ik langs de rivier een rondje gaan lopen en dat gaf een blik op Adelaide die me beter aanstond dan die van zondag. De straat waar wij aan zitten is een beetje verlopen. Veel leegstand en veel nachtclubachtige tenten. Niet echt prettig om s'avonds alleen doorheen te lopen. De rivier echter slingert zich door de stad en geeft echt het gevoel van buiten zijn. Langs het universiteitscomplex en de Zoo. Heerlijk. S' Middags zijn we naar een paar musea gegaan met de gratis bus. Ook het museum is gratis en geeft een mooie presentatie van Australie en de rest van de wereld. Ook hier uitgebreid aandacht voor de cultuur van de Aboriginals. Erg indrukwekkend nog steeds.

Het is wennen om weer in de stad te zijn. Ik mis de ruimte en de rust en weet niet zo goed wat ik moet met al dat overvloedige aanbod dat ons vanuit winkels wordt toegeworpen. Mij beviel het wel dat buitenleven in een camper van slechts enkele vierkante meters woonoppervlak. Vandaag gaan we met de bus naar het strand. Het is weliswaar winter en dus geen zomerse temperaturen, maar de lucht is hardblauw en heerlijk zonnig.

Ook al zitten we nu in de stad, de indrukken zijn er niet minder om. Hier is deze week een VN-congres voor jongeren, dus met name rond de universiteit is het een internationale drukte van jewelste. Leuk om al die verschillende mensen daar weer bij elkaar te zien rondscharrelen. Het thema van de VN is natuurlijk de kloof tussen armoede en rijkdom op de wereld en hoe wel elkaar daarin kunnen helpen. Deze twee weken brengen we dus in 3 grote plaatsen door. Adelaide is 2 keer groter dan Amsterdam, maar het centrum is allemaal op loopafstand. We hebben het idee dat we nu wel midden in de stad zitten.

Melbourne, 23 juli

Zaterdag, 3 uur plaatselijke tijd. In de trein hebben we klok weer een half uurtje verder moeten zetten, dus het tijdverschil is nu 8 uur met Nederland. Dat blijft zo tot en met het eind van de Australische reis. Pas op Bali zullen we weer een beetje inlopen.

Donderdagochtend de wekker op kwart voor 7. Wie zei ook alweer dat het vakantie is? Dit is hard werken hoor, zo'n reis. S' Avonds gaan we keurig op tijd de koffer in, omdat de reis dan weer aardig in de benen zit. Om half 9 zou de trein vertrekken, dus na het inchecken van de bagage, zijn we in de stationsrestauratie een ontbijt gaan nuttigen. Daar werden we weer uitgebreid ondervraagd door een man, die ook met de trein naar Melbourne zou gaan. Hij wilde graag weten waar wij vandaan kwamen en waarom we hier niet komen wonen, maar ondertussen werden we ook vergast op diverse rampverhalen over wat je allemaal kan overkomen in Australie (zelf liep hij met een nekkraag om, maar we hebben nagelaten te vragen hoe hij daar aan kwam).

We hadden reis van 12 uur in het vooruitzicht. Vanuit Adelaide vertrok de trein in tempo nul. Na een uur waren we bij Mount Lofty en dat ligt ongeveer 20 kilometer buiten Adelaide. Gelukkig ging het na de bergopwaartse rit iets vlotter. Prachtige uitzichten op Adelaide en omgeving. Buiten de bewoonde wereld reden we van woestijn naar woestijn en waren de uitzichten weer tot aan de horizon. Wel onderweg de beroemde Australische schapen gezien; dikke koppen, dikke vachten, heel anders dan wij ze kennen.

Onderweg zijn we onderhouden met 2 films; dat doodt de tijd een beetje. Afgezien van een blikken kont, viel het achteraf erg mee om 12 uur in zo'n hobbeltrein te zitten. Maar het was ook goed om in Melbourne aan te komen. Het station wordt opgeleukt voor de Commonwealth Games in 2006, dus het was een grote bouwput. Eerst in de rij om de bagage te kunnen halen en daarna nog een eind lopen langs opengebroken perrons. De Indiaanse chauffeur wist onmiddellijk Peter ven den 'Hugenband' op te noemen en dat Nederland bij world cricket weer een ronde verder was. Ja echt, dat is informatie waar je ongevraagd mee wordt beloond.

In het hotel aangekomen zijn we naar de 5e verdieping verwezen, waar ons een geschakeld appartement werd getoond. Eén studio en een 1-slaapkamer appartement, waar de meiden hun eigen badkamer hebben en wij ook. De koelkast bij de meiden in de kamer had te koud gestaan en toonde een waar kunstwerk aan geïmplodeerde cola- en bierflesjes. We hebben er een foto van gemaakt!

Vandaag naar de central market. Deze markt trekt per jaar 9,5 miljoen bezoekers. Als ze het hier niet verkopen, is het niet te koop, is een beetje het motto. Ongeveer 10 keer Waterlooplein en dan geheel overdekt. We hebben weer twee supermaaltijden bij elkaar weten te kopen. Eerst de non-food doorgelopen en daar al wat voor Maud haar verjaardag weten te scoren, daarna naar de food. Daar was inmiddels het bieden van de dag begon, dus bij elke stand stond een kerel zijn waar te verkopen met heel veel herrie. Gehakt en ham gekocht voor 5 dollar (nog geen 3 euro).

Zo is het goed. De trams rijden, we hadden een programma en doen het ook maar even rustig aan. In het hotel zitten de meiden ook gewoon te spelen en te lezen of puzzelen. Af en toe even niets is ook goed. We zullen hier de Zoo nog gaan bezoeken en als de zon zich laat zien, misschien nog met een bootje over de rivier richting kust.

Wat valt ons op in de steden? Nog steeds de beleefdheid en het idee dat men geen haast heeft. Als een bus geen dienst heeft: sorry, out of service. In bussen is plaats voor rolstoelen en scootmobils (en daar hoeft niet eerst voor gebeld te worden). Dit land geeft bij ons de associaties die Disneyland Parijs ook gaf: men is ingesteld op de klant en dat geeft niet alleen een prettig gevoel, maar het is ook zo'n vanzelfsprekend onderdeel van de samenleving. Iedereen is zo opgevoed, dus zo hoort het gewoon. Zoals ik al eerder schreef, geloof ik, is het een land met strenge regels en voorschriften, maar zolang iedereen zich eraan houdt, is het dus niet beperkend, maar geeft het een gevoel van vrijheid.

Kangoeroes, koala's en wijn (een dagtochtje in de omgeving van Melbourne)
Om 1 uur werden we opgehaald bij het hotel door chauffeur Harry en nadat de andere passagiers bij het busstation ook waren ingestapt, reden we via Mount Lofty naar Cleland. Op de middenberm van de snelweg liggen her en der rubberen zwarte matten, die door de koala's worden gebruikt om over te steken (anders komen ze niet over de barrière heen). Volgens Harry leverde dat geen ongelukken op. Bij ons in de bus zat een mevrouw uit Engeland, die aan het eind van de middag met een geel waarschuwingsbordje "born to shop" instapte en een japanner, meneer Yamamoto, die zowel heen als terug lag te slapen. In het Cleveland aangekomen, werden we verwelkomd door Jennie, hebben daar 2 zakjes eten voor de kangoeroes gekocht en zijn het park ingegaan.

Eerst kregen wij zicht op een Tasmanian Devil, een ratachtig knaagdier, maar dan 3 keer zo groot en zwart met tanden, dat wil je niet weten. De meiden echter zagen in hun ooghoek niet een, maar vele kangoeroes die uitermate relaxed bleven liggen en zich a la Cleopatra op hun zij gelegen van alles toe lieten stoppen. Ze mochten soms zelfs geaaid worden en wat ik nooit gedacht had, is dat ze ontzettend zacht zijn. Op dat hele eind van Darwin naar Alice Springs alleen maar dode kangoeroes (hier noemen ze die wasaroe;) en hier lagen ze voor het grijpen.

Gelukkig ook nog vele andere dieren, waaronder de Kookaburra (laughing Jackass in de volksmond). Ik heb hem nog niet mooi op de foto gekregen, maar het is een vogel met een relatief grote kop en snavel en dan rechtstreeks op de romp geplakt. Als hij een prooi heeft gevangen landt hij op een tak en maakt daar een lachend geluid bij. We schijnen hem nog vele malen tegen te moeten komen, maar ik vond het daar al heel bijzonder.

Rond 4 uur zouden we opgehaald worden door Harry en aan het eind troffen we zelfs nog een paar dusdanig hongerige kangoeroes, dat ze het zakje uit Wiep haar handen trokken. Ze heeft het zakje terug weten te krijgen, maar het was een serieuze strijd, hij of zij. Koala's, hebben we die ook gezien? Jazeker. We kwamen bij het eerste veldje kangoeroes vandaan en volgden de bordjes. Tot mijn grote verbazing stond daar een rij van een half uur wachtende families die met de koala's op de foto wilden. De koala's slapen overdag, dus elk halfuur moest er geruild worden, omdat het beest dan niet wakker te houden was met bamboe en eucalyptus.

O, wat is het toch een gedoe, dat toerisme. Meneer Yamamoto is nog op een professionele foto gegaan, waarbij hij de koala mocht vasthouden. Wij hebben een paar foto's waarbij de meiden ze mochten aaien.

In de buurt van dat Cleland staat dus langs de weg dat de komende 13 kilometer koala's kunnen oversteken. Ze leven volgens Harry nog in ruime getale in de omgeving. Overdag slapen zij en 's nachts trekken wij van boom naar boom (en dat gaat toch nog verrassend snel). Het zijn schattige knuffels om te zien (ze worden gedragen als een baby), maar ze hebben klauwen waarmee ze zich omhoog trekken in de boom en erover heen klimmen.

Het was goed zo. Het was een enige middag met heerlijk weer en een leuke chauffeur. De engelse mevrouw hebben we opgehaald in Hahndorf, een voormalig Duits dorp en vernoemd naar kapitein Hahn, die de vluchtende Duitsers een veilig onderkomen bood. De Duitsers vluchtten voor koning Wilhelm van Pruizen die wilde dat alle onderdanen rooms-katholiek werden en deze lutheranen hebben een veilig onderkomen hier gezocht en gevonden. In de 1e wereldoorlog toen Australië en Duitsland met elkaar in oorlog waren is het dorp Ambers Site genoemd, maar daarna weer in ere hersteld. Zij, die engelse mevrouw had zich daar dus kostelijk vermaakt met allerlei snuisterijen. Na een rondje Adelaide weer bij het hotel afgezet, waar Frans ook net was binnen gerold. S' Avonds nog lekker gegeten bij een Italiaan in de straat en tevreden afgesloten in deze 2e stad.

Terwijl de dames koala's gingen knuffelen, is Frans op eigen houtje met de stadsbus naar Penfolds gegaan, het meest gerenommeerde wijnhuis van Australie. Opgezet dus door een uit Engeland geëmigreerde arts in 1844; zijn recept à 8 borrels per dag, sloeg hier zo goed aan dat hij er zijn beroep van maakte. Tot mijn grote verbazing was ik de enige die zich gemeld had, dus ik kreeg een privé-rondleiding en proeverij. Omdat ik had gezegd dat ik wel iets wist van wijn, hebben we vooral gesproken over de verschillen tussen Australië en Europa qua productie, wijnvelden en verwerking in de fles en andere geinigheden. Ook werd ik langs het paradepaardje van Penfolds geleid, de Grange, een van de vijf beste wijnen van de wereld. In de kelder lag twee jaar te rijpen; omzet 120 miljoen ASD (= 72 miljoen euri).

Na de rondleiding dus nog proeven voor individuen en tot mijn verbazing en genoegen werd de Grange 1998; als jonge wijn klaargezet om te proeven. Kan nog 25 jaar liggen; mooi AOW-wijntje dus. Wat een feestochtend; eerst privé rondgeleid en dan nog vijf mooie wijnen proeven en dat alles vóór 12-en!!!Ik heb wat flesjes (geen Grange) meegenomen voor de kast en de wijnclub en geheel voldaan terug naar Adelaide; net op tijd voor de tour waar ik me voor had ingeschreven. In rap tempo de Barossa vallei in (1,5 uur heen en ook weer terug) en per wijnhuis, 3 op het lijstje, 20 minuten proeven. Het busje zat vol met vogels van diverse pluimage en werelddelen die bij de huizen ongezien de tas vulden en vertrokken. Het gaat om het idee en niet om de wijn. Het was goed om de ochtend al zo voldaan te hebben afgesloten, want als ervaren reisleider voor mijn wijnclubje was dit te mager; dat hadden de mannen niet gepikt thuis.

Leuk om te zien is dat al de wijnboeren gewoon allerlei andere dingen ook doen; port bv. of kruidenbitters, maar ook opaal en goud. Het laatste wijnhuis deed ook aan meatwine; wijn met vlees erin en die variant was natuurlijk echt onbekend. Mag wat mij betreft ook in Australië blijven.

Sydney, 27 juli

Alweer 2 dagen in Sydney doorgebracht, dus tijd om de update te maken. In Melbourne hebben we inderdaad de Zoo bezocht. Mooi aangelegde tuin met de typisch Australische dieren, waaronder de Platypus. Een zoogdier dat eieren legt; hij kan erg goed zwemmen, legt eieren onder de wortels van een boom en zoekt zijn prooien vooral in het water. Lijkt op een eend qua kop, maar onder water lijkt het weer op een krokodilachtige. Heel bijzonder beest.

De laatste dag in Melbourne hebben we een stadswandeling gemaakt. Hadden we dat de eerste dag gedaan, dan waren we iets minder met een overrompeld gevoel s' avonds in het hotel teruggekeerd. Achteraf hebben we van Melbourne een prettige indruk over gehouden en komen we hier nog wel eens terug. Melbourne hebben we dus goed achter gelaten. Toen we vertrokken regende het pijpenstelen en in de buurt van het station gaat alles om 6 uur dicht, dus zijn we in de lobby van een hotel gaan zitten en hebben daar nog lekker een biertje en een snackje genomen. Rond 8 uur zou de trein vertrekken. Geen films aan boord dit keer, dus we moesten het met de boeken en andere tijd-doders doen. Het treinpersoneel had zo zijn eigen gedachten daarover: gewoon om 10 uur het licht uit.

De meiden hadden de bank en de grond als slaapplek uitgekozen en Frans had nog ergens een lege plek gevonden, dus wij hadden ook beiden 2 stoelen om op te slapen. Ik ben blij dat we deze manier van reizen voorlopig niet meer hoeven te ervaren, want zo slapen in een trein is toch vooral tussen waak en slaap in. Om 7 uur waren we in Sydney. Taxi naar het station, waar we gelijk konden ontbijten en waar de kamers tegen 9 uur klaar waren. Allemaal gedoucht dat was een tip van de cafeboy Herman: niet gaan slapen, douchen en de stad in. Vanavond vroeg naar bed en dan ben je er weer. Slaafs als wij zijn hebben we dat gedaan.

Gedoucht en tegen 11en liepen we bij de wereldberoemde Harbour Bridge en het Opera House. Tja, dan ben je dus gewoon in Sydney op een plek die je al zo vaak gezien hebt en nu waren we daar!!! Het woei enorm, maar wel strak blauwe lucht. Kaartjes gekocht voor een Harbourcruise in de middag en daar nog wat rond lopen banjeren. De cruise door de haven was leuk. Zo dicht bij Sydney kun je heel leuk wonen hoor; tjonge, wat een paleisjes staan daar. Dat havengebied is een hele reeks van inhammetjes die weer bevaarbaar zijn en op die manier makkelijk 2 1/2 uur vertier bieden.

Tegen die tijd zaten we in het zonnetje ook wel een beetje in te storten, dus terug naar het hotel. Even wat lezen, een spelletje en daarna wat eten in de buurt. Hier eten we in BYO-restaurants. BYO staat voor Buy Your Own. Een tapvergunning kost heel veel geld hier, dus je kunt je eigen fles wijn meenemen en daar nuttigen. Ze vragen dan wel 3,50 om hem te ontkurken (open te schroeven). Het is een bijzonder land. De Griek werd alleen door ons bezocht, ook al adviseerde het hotel om te reserveren. Gisteravond hebben we bij een Italiaan gegeten iets verderop. Ook erg lekker.

Gisteren zijn we met de bus naar Darling Harbour gegaan. Een flaneergebied rond de haven, waar toevallig ook een botenshow was; als je niet wat je geld moet, kun je hier goed terecht: wat een jachten zeg. In dat gebied ligt dus ook de Sydney Aquarium. Wij konden zo doorlopen, maar toen we weggingen, stond er een behoorlijke rij. Een heel mooi aquarium met tunnels onderwater waar de (witte) haaien en zeehonden over je heen zwemmen. Erg mooi gemaakt en indrukwekkend. Daar hebben we wel een paar uur doorgebracht om daarna een onvervalst Hollands broodje kroket en frikadel te nuttigen. Eigenaar is met vrouw en 3 kinderen sinds 4 jaar en zoekt nog personeel... mijn nieuwe carrière: kroketten, frikadellen en pannenkoeken bakken.

Voordat we naar de Opera House vertrekken eten we naast het hotel; een tent met tapvergunning, dus dat betekende dat we ongeveer in de keuken kwamen te zitten, uit het zicht, want kinderen onder de 18 jaar mogen niet in een café-restaurant zijn, tenzij ze door de ouders begeleid worden. Zelfs naar de wc moest ik met ze meelopen. De kok kwam uit Bandung, Java, dus we hebben ons goed vermaakt.

Gisteravond dus naar de Opera House om een dansvoorstelling te zien: Boomerang. Hoe toepasselijk. Een voorstelling gebaseerd op een Aboriginalvertelling, met didgeridoo-muziek en Aboriginal gesproken teksten. Erg indrukwekkend. Na afloop de Harbour Bridge verlicht! Zelfs de meeuwen die erboven vlogen gaven licht. Wat een stad. Gisteren overdag hebben we de brug beklommen. Niet zoals het ook kan, namelijk echt bovenop de bogen. Daar moet je 12 voor zijn en veel dollars voor neerleggen. De dames beloofd dat als we 50 worden met hen de Harbour Bridge gaan beklimmen... we zullen zien. Wel dus de pylon beklommen: 200 treden vanaf de brug tot 89 meter hoog. Prachtig uitzicht over de stad met strak blauwe luchten. Allemaal uitnodigend tot meer foto's, foto's en foto's.

Vandaag hebben we een rondwandeling gedaan door Paddington, de wijk waar we nu verblijven. Enig. Leuke huisjes (alweer), maar vooral leuk om in zo'n wijk rond te lopen met het idee dat je in een dorp zit. De straat waar ons hotel staat heet Oxfordstreet en is ongeveer een doorgaande weg door Sydney. De straatjes waar we vanochtend doorheen liepen waren stil en rustig. Vanmiddag door naar Bondi-beach; het strand van Australie. Nou, wij zijn er geweest.

Ook hier heerlijk rustig, want het was vrijdagmiddag en winter. Evengoed zijn de meiden wezen pootje baden en maakten daarmee kennelijk zoveel indruk, dat ze tot 2 maal toe op de foto moesten met een stelletje Japanners (Friday, so this must be Bondi beach). Morgenochtend vertrekken we met de taxi naar de Britz om een camper op te pikken en rijden dan in eerste instantie Hunter Valley in; een wijngebied hier ten noordwesten van Sydney. Frans denkt dat we zondag op de fiets dan enkele huizen gaan bezoeken, maar dat zullen we nog wel zien. Die huizen, ja, maar op de fiets...

Nambucca Heads, 2 augustus

Dwars door Sydney gereden om richting Hunter Valley te gaan. Niet over de Bridge, maar door de tunnel. Het duurde een uur om bij die tunnel te komen en ik wou wel gewoon weg uit de stad. Langs rustige snelwegen vervolgens de Pacific highway gevolgd en bij de afslag Cesnock richting wijnen. Vogezenachtige taferelen; weidse uitzichten in het namiddaglicht. Echt prachtig. Heuvelachtig en rustig, alweer. In Cesnock hadden ze zowaar een Woolworth, dus eerste de boodschappen gedaan en daarna richting camperpark. Daar een rustig plekje gezocht aan de rand van het park met uitzicht op de velden. Het zonnetje scheen, maar toen die eenmaal onder was, koelde het ook wel snel af. Toen bleek de heater in de camper alleen maar koude lucht te blazen; poeh, wat hadden wij het koud. Vroeg te bed dan maar, net als de rest van de campinggasten. Na 10-en hoor en zie je daar niets meer.

Zondag hebben wij enkele wijnhuizen bezocht. Volgens de mevrouw van de receptie was er een die ook leuk voor kinderen was, omdat ze daar ook chocola en kaas maakten. Het was er echter zo druk dat we niet eens konden parkeren. En het was een grote, dus dat hadden we snel gezien. Wel even bij Lindemans binnen gewipt, maar dat is ook een redelijk grote en commerciële. T-shirts, golfshirts, petten, noem het maar op, zen hebben het.

Bij de volgende annex bierbrouwerij, hebben we ons plan opgemaakt. Nog een paar kleintjes en daar proeven. Geen rondleiding, want onder de 10 mogen kinderen niet mee (bang voor vallende druiven?!). Zodoende hebben we een paar kleine wijnmakers bezocht en een paar heerlijke wijntjes geproefd. Het leuke van die kleintjes is natuurlijk ook, dat ze een praatje maken, willen weten wat je hier doet, maar ook de tijd hebben om wat over de wijnen te vertellen.

Gisterochtend hebben we eerst de Woolworth bezocht en daarna in rustig tempo richting Nambucca Heads. Echter, de Pacific Hihgway is een snelweg die langs allerlei dorpen slingert en zodoende vereist dat er regelmatig 40, 60 of 80 wordt gereden. Daarnaast werd er vooral aan de weg gewerkt, dus de 4 uur die we er ruim voor hadden uitgetrokken, werden er 5 en buiten was het zulk mooi weer. Frans en ik stapten allebei met hoofdpijn uit; ik ben daarna zelfs even gaan slapen, omdat ik overal pijn had (nek, schouders, armen). Gelukkig was ik na het slaapje weer bijgetankt. De camping is er een van grote rust, makkelijk 5 sterren, gelegen aan de lagoon met uitzicht op zee. De buurman heeft vanochtend walvissen en dolfijnen gezien. Klinkt wel hè?

Vandaag dus vooral lekker buiten in het zonnetje. Maud is nu met de buren aan het vissen en naar het strand, wij zijn even het dorp ingelopen. Na de koffie terug gelopen naar de captain Cook look-out. Elk zichzelf respecterend dorp heeft een captain Cook look-out, maar nu stonden we dus in Nambucca Heads. Uitzicht over de oceaan en de lagoon en beneden op het strand zat Maud met de Nederlandse buren in het zonnetje te spelen.

Op het strand aangekomen zag ik schaduwen in het water bewegen en daar zwommen op kniehoogte 4 gigantische mantelroggen. Wiep heeft er nog een kunnen aanraken. Die natuur hier blijft overweldigend. Terwijl wij nog wat zaten te pielen op het strand en Frans vanaf de lookout wat foto's ging maken, kwamen de nodige bootjes terug van een dagje vissen. Een van die bootjes moest op de trailer en terwijl de man en vrouw druk bezig waren daarmee, kwam het tij toch wat sneller op dan ze dachten.

Met man en macht hebben we geholpen om de boot weer te water te krijgen en op de kant te trekken, want de auto stond vast in het zand. Binnen no time kwam er hulp (bijna iedereen rijdt hier een 4WD met trekhaak), dus die heeft de auto los getrokken en daarna de boot. De eigenaar van de boot had het toch wel even heel benauwd gekregen. Daar sta je dan te kijken naar de auto en boot en er is niets dat je kan doen om het tegen te houden. We hebben dus een goede daad verricht bij deze actie.

Na Nambucca Heads naar Byron Bay, de place to be volgens velen. De camping lag prachtig aan het strand, maat het dorp was toch vooral vergeven van vele backpackers die al veel te lang van huis zijn en een beetje daas rond hangen. Tijdens mijn ochtend-renrondje langs het strand haalde ik een langharige hippie in, die al van 50 meter afstand te ruiken was; beste joint om half 9 s'ochtends. Maar goed, Wiep heeft wel surfles gehad in Byron Bay. S' Middags van half 1 tot 4 uur is zij met een groep Engelssprekende toeristen mee geweest naar 2 stranden en heeft van 2 echte Australische surfboys surfles gehad.

Geweldig om te zien. Steeds weer die zee in door die ruige golven en op de plank proberen tot staan te komen. We hopen dat ze de komende weken nog een paar keer die kans krijgt, want ze bleef door gaan en vond het geweldig. S' Avonds zijn we met de Nederlandse buren uit Nambucca Heads uit eten geweest bij O-sushi, vanwege de verjaardag van hun 6-jarige zoon. Zelfs de kieskeurige meisjes van Eck hebben de nodige sushi's van de trein afgepakt. Daarna nog even genoeglijk thee gedronken bij de camper en de volgende dag onze wegen gesplitst.

Mooloolah, 6 augustus ( op familiebezoek)

Vanuit Brisbane zijn we eerst naar een stadje (Caloundra) hier aan het strand gereden. Even de meiden langs het strand uit laten waaien en eigenlijk gehoopt dat we even lekker op het strand konden zitten. Maar er stond een straffe wind, dus we hebben in de luwte een kopje koffie gedronken en gekeken naar de kitesurfers en de paragliders die langs de kustlijn surften en sprongen. Daarna wat boodschappen gedaan en afgezakt naar Mooloolah Valley.

Het lijkt alsof iedereen hier een paard heeft waar hij of zij op rijdt alstie niets anders te doen heeft. Prachtige heuvelachtige en bosachtige omgeving met huizen op gigantische lappen grond. Morgen brengen we gezamenlijk door. Maandagochtend vertrekken we dan weer naar Brisbane met de trein. We laten de camper hier staan, zodat we die niet in Brisbane hoeven te laten staan. We gaan namelijk naar Omreden IJsland met een catamaran en hangen daar dan 2 dagen rond op een bounty-eiland. Hopelijk gaan we dolfijnen voeren en wat walvissen zien. Volgens Lonely Planet hadden we die al vanaf Sydney kunnen spotten, maar tot op heden geen dolfijn gezien en ook geen walvissen. Je zou bijna gaan denken dat het lokkertjes zijn.

Benaraby, 11 augustus

Zondagochtend wakker geworden door de geluiden van de vele vogels die daar rondzwermen. Buiten ontbeten met bacon, eggs, worstjes en aardappelkoekjes en daarna vertrokken naar de Glass House Mountains. Met 7 personen in de auto en 2 op de motor. Wiep zat achterop bij Roger en vond zichzelf natuurlijk helemaal stoer en chill. Langs slingerwegen bij de Glass House Moutains aangekomen. Daar was het een bijeenzijn van vele Australische families die daar komen picknicken. De Moutains zijn oude vulkanen die prachtig groen boven het landschap uitsteken, maar met grote valleien ertussen, dus het ziet er weer heel bijzonder uit al die bulten in het landschap.

Na een wandeling door de rainforest, waar we een trapdoor spider zijn nest hebben gezien en een zogenaamde pademelon, een kleine kangoeroesoort. Ook een nieuwe vogel gehoord. Eerst een fluittoon en dan een zweepslag. Niet gezien, maar wel de naam meegekregen, de eastern whipbird. Na de rainforest met zijn allen naar Mooloolooba gereden, een strandplaats vlakbij Mooloolah. Daar lekker over het strand gewandeld en de meiden weer de zee in geweest en daarna fish en chips gegeten in het park dat langs het strand ligt. Dit is de manier waarop de zondagmiddag wordt doorgebracht hier, dus dat is goed toeven. Op tijd thuis, want 6 uur is het hier donker en dan moet je niet meer willen rijden met al dat wild langs de weg.

Maud mocht bij thuiskomst nog even bij Roger op de motor en vervolgens het spul te bed, want maandag zou de wekker om half 7 afgaan. Maandagochtend zijn we bij het station afgezet en met de exprestrein van half 8 waren we vervolgens kwart voor 9 in Brisbane. Met de taxi, die we even moesten zoeken, naar de boot. Om 10 uur vertrok de catamaran richting Moreton Bay en daar kwamen we kwart over 11 aan. Alsof we op Fantasy Island aankwamen. Het personeel staat op de steiger te zwaaien alsof ze al in geen weken mensen hebben gezien en van de boot af werden we al wandelend begeleid door Tracy die ons vertelde wat we daar allemaal konden doen.

We zijn eerst naar de hotelkamer gegaan om wat koelere kleding aan te trekken en begaven ons vervolgens naar het resort center om wat zaken te regelen. Helaas, de whale-cruise die we voor dinsdag hadden bedacht, was geannuleerd vanwege een harde windvoorspelling. Zodoende moesten we voor dinsdag wat andere zaken bedenken. Maandag zijn we na de lunch naar de wrakken gelopen.

Een paar kilometer langs het strand waar het wemelt van de zeesterren en prachtige schelpen. Daar liggen 12 bootwrakken, die vervolgens weer snorkelterrein zijn. Dat hebben we niet gedaan, want dat hopen we op de White Sunday-Islands te kunnen doen. Rond half 5 terug, want de kookaburra's werden gevoerd. 3 kwamen zich melden, pa, ma en zoon. Het andere kind had zich al een paar dagen niet laten zien, dus ze hoopten er het beste van. Kookaburra's willen graag grote families om op die manier een groter terrein te kunnen beheersen. Desnoods jatten ze kleintjes uit het nest van anderen, als die familie maar groot wordt. Leuk om ze nu van zo dichtbij te kunnen zien.

Om 6 uur mochten we dolfijnen voeren. Ongeveer 10 dolfijnen melden zich daar bij de steiger en worden dan vervolgens door 4 rijen mensen gevoerd. Ondertussen zit een heel team van biologen op de steiger om ze te screenen en wij stonden daar blauwbekkend in de rij om een visje te mogen voeren. Het is een heel circus, waar busladingen Japanners zich melden. Enigszins toerist voelde ik me wel, maar het is wel bijzonder om met zo', dier in het water te staan. Ze proberen ze niet teveel te voeren, zodat ze ook overdag zelf nog moeten jagen. Maar omdat het met de walvissen en dolfijnen slecht gesteld is geweest is dit wel een mooie manier om ze in de gaten te houden.

Dinsdagochtend hebben we een strandwandeling gemaakt met een biologe erbij. Als echte strandliefhebbers hebben we daar toch weer een hoop opgestoken. Krabben, zeesterren, schelpen, zelfs een schildpaddengraf. Het was heerlijk weer (niks geen wind), maar de walvissencruise bleef gecanceled. Frans zou 's middags met de meiden een dessertsafari doen en ik zou een boswandeling maken langs eetbare planten (volgens de overlevering van de aborginals). Zo dichtbij de stad (Brisbane en de Glass House Mountains zagen we liggen) en toch zo ver weg. Op zo'n eiland kan je ook eigenlijk niets anders doen dan lekker achterover gaan hangen en het leven langs te laten waaien. Heel relaxed allemaal. Aan de vaste wal stond de taxichauffeur klaar die ons slim naar een station bracht, zodat we toch nog de trein haalden die rond half 8 in Mooloolah aankwam.

Onderweg naar Childers kwamen we langs Hervey Bay, waar Frans de sublieme gedachte kreeg dat we daar nog op een whalecruise mee konden. Dat scheelt weer een dag die we later in kunnen halen met snorkelen, duiken of ander waterplezier. Vanuit de auto gebeld, naar de haven gereden en om half 2 konden we nog op een boot. Op de steiger kwamen we het Nederlandse gezin uit de Kwakel tegen, die de tocht de dag daarvoor hadden gedaan. Echt hoor, het is net een rondreizend circus. Een lading gaat van noord naar zuid, de andere van zuid naar noord. Zij zouden net als wij vandaag verder trekken, maar minder ver dan wij, omdat zij de camper terug brengen in Brisbane en wij moeten nog even verder.

Op naar de humpbackwhales. De kust van Queensland is het gebied waar deze walvissen langstrekken van Antartica naar Nieuw Guinea en terug. In dit gebied krijgen ze jongen en blijven daar enige tijd. Ik was wederom sceptisch, want ja, ze zijn er wel, maar zien we ze ook. We hebben ze gezien, echt vlakbij de boot. Gigantisch groot en nieuwsgierig. De vraag was af en toe, wie kijkt naar wie. De boekjes zeggen dat het een spirituele belevenis is, maar je wordt wel heel stil als ze zo dicht bij zijn en wat op hun rug drijven en dan weer heel langzaam in de diepte verdwijnen. Nagenietend in een middagzonnetje zijn we terug gevaren.

We gaan nu in 3 dagen naar de White Sunday Islands, waar we zaterdag hopen aan te komen, om daar vervolgens een paar dagen te kunnen blijven om te snorkelen, duiken en genieten. We hebben dus wel weer heel wat gezien en meegemaakt deze dagen. En echt, het ligt allemaal voor de deur. Nu op deze camping dus een hele horde lorrekeets die gratis en voor niets te bezichtigen zijn voor de camper. Wat een land, wat een immens boeiend land. We zien nu veel, maar dit vraagt om veel meer bezoekjes. De witte stranden kunnen allemaal wel dagen bezocht worden, maar we moeten keuzes maken, dus doorreizen.

Airlie Beach, 14 augustus

's Nachts wakker geworden van de regen en dat deed het om 8 uur nog. Met de meiden hadden we afgesproken dat wanneer het zo bleef regenen we zouden proberen kilometers te maken. Met de regen op een camping in een camper zitten is ook niet echt een topbelevenis. We zijn tot Mackay gekomen, ongeveer 500 kilometer verderop. Daar in het winkelcentrum eerst boodschappen gedaan en daarna na de camping gereden. Weer een heel bijzondere plaats. Oude caravans waar mensen volgens mij permanent wonen. En in de regen is het toch altijd een beetje triest zo'n camping.

Zaterdagochtend was het droog. Wel een koude wind, maar we hoopten dat, dat in Airlie Beach minder zou zijn. Al anderhalf uur later reden we Airlie Beach binnen. Prachtige camping waar de witte papegaaien schreeuwend boven de camping vliegen, possums zich laten zien in de washokken en de keukens en 2 leguanen over de camping lopen. Tijdens het kopje thee schoof er eentje achter ons langs. Ik zat toch gelijk met de benen omhoog als zo'n reptiel langsschuift met zo'n tongetje uit zijn bek sidderend. Ze blijken slechtziend te zijn, dus ik kijk wel uit waar ik loop.

Het weer is goed hier, heerlijk een tijdje bij het zwembad gezeten en later even met de bus het dorp in om boodschappen te doen. Voor de komende dagen hebben we een trip geregeld naar een bounty eiland, South Molle, hier een uur varen vandaan. Als het goed is kunnen we daar 3 dagen snorkelen zo vanaf het strand en kan ik misschien nog een duik wagen. Het weer speelt goed mee en de verwachtingen zijn dat ook, dus dat is een aantrekkelijk vooruitzicht.

Airlie Beach, 18 augustus

Maandag met goed weer vertrokken op een catamaran naar South Molle. Lekker in de zon met het fokzeil gehezen en Maud aan het roer legden we 3 kwartier later aan. South Molle is een van de Whitsunday-eilanden, die hun naam danken aan het feit dat captain James Cook op 4 juni 1770 (1e Pinksterdag) deze eilanden ontdekte. Whitsunday is de engelse benaming voor 1e Pinksterdag.

Een bounty-eiland van 4 bij 4 kilometer dat bij eb door een drooggevallen dam bewandelbaar verbonden is met Mid Molle. Bij vloed zie je niets meer van die dam. Er is ook nog een North Molle, maar alleen South Molle heeft een jetty, waar diverse toeristenschepen hun lading afleveren en ophalen. Vele malen kleiner van opzet dan Moreton. Op Moreton woont 290 man personeel, hier 30. Ons onderkomen lag 10 meter van de kustlijn af, verscholen tussen allerlei tropische planten en bomen. Wel aan groot onderhoud toe, maar voor een paar dagen goed genoeg. Het zwembad werd door de meiden juichend begroet, de zee hoefde na die aanblik niet meer.

Het verblijf daar was inclusief ontbijt-, lunch en dinerbuffet. Op naar het diner met daarna nog een kopje koffie in de bar. Daar begon om half 9 een familiespel, waar diverse Australische gezinnen graag aan mee deden. Wij hebben ons onder het geven van commentaar, op de achtergrond gehouden en zijn rond kwart over 9 richting ons nachtverblijf gegaan. Dinsdagochtend op tijd eruit. Na het ontbijt zijn we aan de wandel gegaan. Met veel slingerpaden zijn we naar een lookout gelopen (dit maal geen captain Cook lookout, maar spion Kop).

Al tijdens de wandeling waren er mooie doorkijkjes naar de andere eilanden. Er stond een stevige bries en de kapitein van de catamaran had ons verteld dat wanneer de wind van achter het reef komt er grote kans is dat de whales zich laten zien. Hij had er s'ochtends nog een gezien. Dinsdagavond hebben wij aan het eind van de middag iets zien zwemmen vlak voor de kust, maar dat was geen whale. Waarschijnlijk een dolfijn, ook leuk. Na de wandeling hebben we snorkelspullen gehaald bij de watersportguy, omdat we aan het eind van de middag nog wat wilden snorkelen. Wiep had zich voorgenomen om op de warmste uren bij het zwembad te liggen, dus daar hebben we gehoor aan gegeven.

Tegen 3en zijn we naar Paddy Bay gelopen om te snorkelen. Maud gleed uit op een gladde steen, dus die was klaar met het snorkelen, maar Frans, Wiep en ik hebben wel gesnorkeld. Woensdag zouden we s' middags met de boot van 3 uur teruggaan, dus we hadden nog een hele dag om ons te vermaken. Echter, het weer had er geen zin in . Regen, windstoten en weinig betrouwbaar. Frans en Wiep wilden nog wel even met de catamaran van het resort een stukje varen, maar de wachtenden voor ons vroegen zoveel tijd, dat we dat niet redden voor de tocht met de glass bottomboot. Gelukkig was het toen net even droog en hebben we uur gevaren over diverse koraalriffen. Het rif binnen de eilanden is minder overweldigend dan buiten de eilanden, maar toch was het wel heel mooi.

Ellis Beach, 21 augustus

Na Maud haar verjaardag zijn we de volgende dag naar Townsville gereden. We zouden de Billabong Sanctuary bezoeken, een dierenparkje 17 kilometer ten zuiden van Townsville en daar reden we dankzij de snelweg zo naartoe. We waren net te laat voor de koala's, maar om 11 uur begon Phil een verhaal over de dieren in het park en tot 3 uur hebben we wat achter hem aan gehobbeld. De van Eckjes hebben een python om hun nek gehad; in hun handen een krokodil, een koala, een bluetongued lizzard, een zwarte papegaai, geaaid een wombat en ondertussen van alles te weten gekomen over krokodillen, wingtied eagles en veel meer. Na zijn onderhoud hebben we nog een rondje door het park gedaan, want het was echt de moeite waard.

Terug op de camping zijn de meiden nog even in het zwembad gedoken, maar dat was koud, dus hebben we nog maar een verjaarsborreltje gedaan bij de camper waar we nu wel bijna het hele veldje voor ons alleen hadden.

Vandaag dus vertrokken naar Cairns en ook al hebben we nog maar 3 dagen hier, de aanbiedingen van things tot do, vliegen ons weer om de oren en moeten eigenlijk wel gedaan worden. Je kunt hier met een trein de bergen en het regenwoud in en met een kabelbaan terug, dus dat lijkt ons wel wat. Daarnaast blijft dat Reef natuurlijk ook wel trekken. Het mooiste zou het zijn als we zo vanaf het strand kunnen snorkelen, maar bij de camping lukt dat niet. We kunnen dus nog naar een zandeiland, waar we zo de zee in kunnen lopen en midden op het Reef zitten. We kunnen ook met een zeilboot het Reef op en daar vanaf snorkelen. Voor Maud zou het, het mooiste zijn als ze zo vanaf het strand de zee in kan snorkelen, want haar ervaringen tot nu toe zijn niet echt heel positief en als het aan haar ligt wordt er nooit meer gesnorkeld. Dat zou toch jammer zijn, dus we moeten er zo tijdens een biertje maar eens even over door praten.

Ellis Beach, 24 augustus

Maandag hebben we een strakblauwe dag aan het strand doorgebracht. Gisteren zijn we met een oude trein, althans, over een oude spoorlijn, de bergen ingereden naar het aboriginaldorp Kuranda. De heenreis was prachtig met uitzichten de bergen in met watervallen, indrukwekkende bruggen en weer een goede toeristische uitleg bij de highlights onderweg. Na anderhalf uur kwamen we in het dorp aan, dat weinig authentieks meer heeft. Bij O'Reillys werden we vanaf de overkant toegeroepen dat het bier koud stond en zowaar trok dat al heel wat volk.

Wij hebben een rondje dorp gedaan, waar vooral veel toeristenwinkels zijn, maar waar we ons goed vermaakten en nog wel wat prullaria hebben meegenomen voor dees en degeen. Rond 2 uur werden we verwacht bij de skyrail, omdat we met een kabeltrein de terugtocht zouden maken. Eenmaal gezeten hoog boven het regenwoud, zat ik toch vooral de anderen toe te sissen dat ze moesten blijven zitten en niet teveel wiebelen; dit tot groot vermaak van de eckies, want die hadden nergens last van.

Onderweg moesten we twee keer uitstappen (het is dus een terugweg van 8 kilometer over 2 circuits), waarvan een kleine rainforestwandeling en een met een paar uitzichtpunten. Ook nog een informatiecentrum waar weer allerlei quizjes gedaan konden worden op computers waar je dan op prikkelende wijze gestimuleerd wordt om er veel van op te steken. Na anderhalf uur waren we beneden waar we vervolgens met de bus naar het station werden gebracht en we een hele goeie dag afsloten. Heerlijk weer de hele dag, maar terug op de camping was de zon al achter de bergen verdwenen, dus tijd voor een borrel. Heerlijk buiten gegeten, zoals we het graag willen.

Gisteravond met zijn drieën een potje gescrabbeld, want Maud gaf om 8 uur aan dat ze naar bed wilde. Die heeft echter tot 10 uur ons aan zitten moedigen, dus dat had niet echt veel zin. Toen wij naar bed gingen met alle ramen open vanwege de warmte, werden we na 10 minuten door binnenvallende regen via het dak verrast. Snel eruit om de stoelen onder de camper te leggen de dakraampjes dicht te draaien en de rest van de nacht toch regelmatig wakker met de gedachte dat het dagje snorkelen op het rif wel eens heel anders zou kunnen worden als we hoopten.

Vanochtend was het inderdaad nog bewolkt met een harde wind, maar om 9 uur stond de bus voor de camping, dus we zijn maar ingestapt. Langs de prachtige slingerende kustweg naar Port Douglas, waar Maud voor vertrek het ontbijt weer inleverde. Op de boot heeft zij zich vervolgens tegoed gedaan aan vele koekjes en de rest van de dag geen last meer. We zouden met een zeilboot het rif op, maar daar waren technische problemen, dus gingen we met een gigantische draagvleugelboot. Net als op de terugtocht vanaf South Molle 25 knopen, dus het deinde behoorlijk op zee. Met kleine bootjes werden we vervolgens van de boot af naar de Low Isles gevaren en daar konden we vanaf het strand snorkelen. De meiden allebei in zo'n stingerpak, want ook al het low season, er zouden kwallen kunnen zijn. In die pakken zien ze er uit als aliens, helemaal van top tot teen met capuchon in een pak gehezen, maar daarmee konden ze dus wel snorkelen zonder te verbranden en zonder door kwallen gebeten te kunnen worden. De kwallen hebben we niet gezien, de zon wel en heel veel vissen in allerlei kleuren en maten wegschietend in het koraal. Wat een prachtige ervaring is het toch elke keer weer. Je steekt je hoofd onder water en alles klinkt anders, maar je bent ook in een totaal andere wereld geheel gegrepen door wat zich daar afspeelt.

Vanochtend voor de lunch aan boord gesnorkeld. Na de lunch even opgewarmd uit de wind in de zon en weer gesnorkeld. De beachwandeling o.l.v. een bioloog en de glassbottomboat hebben we niet eens gered, zo snel ging het allemaal. Ondanks de start die er qua weer niet veelbelovend uitzag, hebben we een prachtige dag gehad, die door Wiep een goeie afsluiter werd genoemd.

Like deze pagina

Specialisten Australië

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Australië?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Australië kenner
Sponsors