East West Expedition: Deel 2
Like ons op Facebook

East West Expedition: Deel 2

door Jan Klaas Gatsonides

13 augustus

Wij hadden van Alice Springs naar Well 33 een zeer voorspoedige reis. Onderweg hebben we nog even Glen Helen aangedaan, een bekende plek van voorgaande reizen. Na Glen Helen verlieten we het asfalt weer en doken weer de gravelroads op, op weg naar de Gary Junction Road.

In Papunya konden we onze tanks vullen, waarna we de lange tocht naar Well 33 maakten. We hoorden onderweg dat er op zondag geen brandstof werd verkocht in deze aboriginal community, dus probeerden we het op zaterdagmiddag te bereiken. Dat lukte door met hoge snelheden over niet al te beste gravelroads te rijden. We kwamen ruim op tijd aan om te horen dat er geen brandstof was. Op zondag zou de fueltruck uit Port Hedland vertrekken en kwam dan mogelijk op maandag aan. We hadden dus gedwongen een dagje vrij.

Eigenlijk vonden we dat niet zo erg. We konden nu eens wat wandelen en dingen doen zoals brood bakken en zo. Op maandagmorgen vertrok Kees naar de community om daar te horen dat de vrachtauto pas op dinsdagmorgen om 5 uur zou komen. We konden dan vanaf 8 uur diesel krijgen. Nu we ook deze dag kwijt waren werd het zaak de route nogmaals te bekijken. We stelden voor om niet de hele Canning Stock Route te doen, maar uit te wijken naar Newman, zodat we nog een behoorlijk stuk asfalt konden pakken en dan op weg konden gaan naar Mount Augustus en de Kennedy Ranges. Mike vond het een goed alternatief en die dinsdagmorgen zouden we dus vertrekken. Het was erg teleurstellend om te horen dat de truck niet was gekomen.

Per sateliet werd gekeken waar deze was. Hij bleek wel onderweg te zijn, maar het kon nog een paar uur duren. Om twintig over tien kwam de truck aan onder gejuich van alle wachtenden; inmiddels stonden er zo'n 35 voertuigen te wachten. Wij zaten redelijk voorin met onze hele groep, maar met een pompje duurt het heel lang om alle voertuigen te voorzien van zo'n 120 tot 150 liter diesel. Om kwart voor een konden we eindelijk onderweg. We gingen de CSR op en kwamen uiteindelijk op ons bushcamp bij Well 29 aan. tijdens het brandhout halen werd de eerste slang gezien. Helaas hebben we geen idee wat voor slang het was, want Gerda dacht er niet aan het beest op te pakken. Verstandig eigenlijk wel. De volgende dag waren wij de leiders van het convooi. Dat had ook te maken met de verjaardag van Evertje, een verjaardagscadeau van Mike. Deze keer gingen we over diverse zandduinen, maar er waren niet zulke zware bij als in de Simpson dessert.

We hebben de CSR verlaten en zijn we vanmorgen aangekomen in Newman. Daar konden we onze banden laten herstellen, douchen en inkopen doen. Vanmiddag vertrekken we in de richting van Mount Augustus. Hoe ver we komen weet ik nog niet, maar we zien het wel.Waarschijnlijk verlaten wij dinsdag of woensdag het konvooi en gaan zelf verder in de richting van Coral Bay. Daar kunnen we waarschijnlijk weer wat vaker contact hebben.

19 augustus

Inmiddels zijn we aan de west kust terecht gekomen. Hier en daar moesten wat hindernissen worden genomen, maar uiteindelijk hebben we toch op het geplande punt, Steep Point, afscheid van de groep kunnen nemen.

Vanaf Mount Augustus reden we naar de Kennedy Ranges. Deze dag mochten Evertje en ik het konvooi leiden. We hadden een niet te lange tocht voor de boeg, dus konden we het rustig aan doen. De lunch gebruikten we bij een prachtige kreek, waarin nog water stond. Gezien de geologie van de steensoorten daar moest daar volgens Mike goud zitten. Het zou de moeite waard zijn om onmiddellijk na de regen een keer daar te gaan zoeken.

Na de lunch reden we door richting Kennedy Ranges. Op een bepaald punt stopten we om brandhout te laden. Tijdens deze stop bleek Johan zijn tweede lekke band te hebben, aan dezelfde kant als de dag ervoor. Het afhalen van de band moest weer met grof geweld, aangezien de wielbouten heel erg vast zaten. Dit koste hem weer een draadeinde, zodat hij het nu met drie wielbouten moest doen. Beetje hachelijk op gravel.

Om tijd te winnen werden wij samen met Norma vooruitgestuurd om alvast een campsite te zoeken en vuur te maken. De rest van de groep kon dan in een rustiger tempo volgen, om zo het wiel van Johan wat te ontlasten. Uiteindelijk kwamen we allemaal veilig aan de in de prachtige Kennedy Ranges. Helaas brak ik bijna mijn nek over de stenen in het donker. Op zichzelf niet een rampzalige gebeurtenis als ik niet net drie kangaroesteaks in mijn handen had gehad. Die lagen nu in het stof. Hoewel het jammer was dat die verloren gingen had ook dit weer zijn voordeel. Wij werden nu uitgenodigd om met Mike mee te eten.

's Morgens ging Johan samen met Cees naar Gascoyne Junction om zijn auto te laten repareren. Wij konden het rustig aan doen en hadden tijd voor een wandeling in het prachtige gebied. Hier waren diverse rotsformaties te zien en de wandeling ging nauwelijks over gebaande wegen.

Om tien uur was het tijd om te vertrekken naar Gascoyne Junction. Bij het wegrijden bleek dat mijn radio het niet deed. Aangezien alles wat aangesloten was op de sigarettenaansteker het niet deed konden we ervan uitgaan dat het een zekering betrof. Niet een groot probleem en eigenlijk was het wel lekker rustig zonder al het geschreeuw over de radio.

Aangekomen bij Gascoyne Junction bleek dat Johans band al was gerepareerd en ook had hij al weer het normale aantal wielbouten. Wij zetten zelf een nieuwe zekering in onze auto en ook dit probleem was weer opgelost. Op nu naar de westkust. Na nog geruime tijd op gravel te hebben gereden kwamen we op de Coastal Highway. Asfalt dus. De rit was verder in onze ogen erg saai. We reden door naar Hamelin Pool om daar de stromatolieten te bekijken. Dit zijn de oudst bekende levensvormen ter wereld en komen alleen hier en in de Bahama's voor. Het zijn kleine eencellige beestjes, die in de loop van driehondervijftig miljoen jaar een steenachtige massa hebben gevormd. Heel interessant om te zien.

De nacht brachten we door in cabins in Nanga Bay resort. Dit zijn kamertjes zonder enige luxe, alleen een bed en een lampje, maar je ligt binnen en hoeft een keer niet op het dak van de auto te klimmen.
In het resort was een warmwaterbron, waar we uitgebreid gebruik van maakten. Het water was 40 graden en het verschil met de lage buitentemperatuur was dan ook gigantisch. De volgende morgen zat er een vreemde ratel in onze auto. We konden het niet goed thuisbrengen, maar het had kennelijk weer te maken met de aansluiting tussen beide accu's. Ondanks het geratel gingen we naar Monkey Mia, waar we een boottocht hadden gereserveerd. Tijdens de boottocht zagen we dolfijnen zwemmen. Sommigen lieten zich met de boeggolf van de boot meedrijven. Een geweldige ervaring.

De ratel in mijn auto bleef en we besloten om dit in Denham na te laten kijken. We vonden daar een monteur die was gespecialiseerd in autoelectrics. Een onooglijke werkplaats van golfplaat, maar kennelijk verstond hij wel zijn vak. In eerste instantie maakte hij een bypass, waardoor het geratel ophield, maar toen bleek dat de accu niet opgeladen werd. Dat was een probleem dat niet onmiddellijk kon worden opgelost. Hij kon er pas de volgende morgen naar kijken.

Vervelend voor ons, aangezien wij nu al afscheid zouden moeten nemen. Daar wilde de groep echter niets van horen. Wij lieten onze auto achter in Denham en stapten bij anderen in de auto, waarna we naar Steep Point reden via de Useless Loop (klinkt niet bemoedigend). De rit ging voor een deel over gravel en het laatste stuk door de duinen. Hier bestond de verplichting om de bandenspanning terug te brengen naar 20 psi, om zo de wegen in de duinen te sparen.

Uiteindelijk bereikten we het meest westelijke punt van het vaste land op Steep Point. Terwijl we over zee uitkeken en foto's aan maken waren, zagen we plotselng een fontein in zee. Het bleek een walvis te zijn. Even later zagen we er nog een paar. We zagen ze grote sprongen maken en je hoorde de klap, waarmee ze terug vielen in het water, bijna tien seconden later. Een prachtig gezicht.

De nacht brachten we door in een geleende tent. Wel wat hard, maar toch hebben we goed geslapen. 's Morgens volgde het grote afscheid nemen. Hier en daar werd een traantje weggepinkt en daarna gingen we met Mike en Marijke naar Denham. Daar kwamen we na de middag aan en het bleek dat onze auto nog niet helemaal klaar was. Wel was hij erachter wat er aan de hand was en was hij bezig met het laatste deel. Er moest in ieder geval nog een nieuwe accu in.

Om een uur of drie reden we weer en we besloten om in Nanga Bay een cabin te nemen en daar de nacht door te brengen. Dat beviel zo goed dat we nog een tweede nacht hebben geboekt. We hebben vandaag vooral gebruikt om onszelf, de auto en onze kleding weer wat op te knappen. Wel nodig na vijf weken gebruik.

Morgen vertrekken we weer en zullen waarschijnlijk richting Coral Bay gaan om te duiken of te snorkelen. We hebben van campinggasten gehoord dat er een cycloon in Coral Bay is geweest die een groot deel van het koraal daar heeft verwoest. Het zou er veel minder mooi zijn dan voorheen. We zullen het wel zien. Als het niet bevalt gaan we gelijk door naar Exmouth, waar ook goede plekken zijn om te duiken.

Op 20 augustus vertrokken we 's morgens in de richting van Coral Bay. Over asfalt rijden blijkt heel vlug te gaan en de vijfhonderd km tussen Nanga Bay en Coral Bay waren ook snel overbrugd. In Coral Bay zochten we een camping op en zetten onze auto daar neer. Vervolgens boekten we een tocht naar het rif, een zogenaamde Ecotour. Wij zouden allerlei vissen zien en misschien ook walvissen en mantaroggen. Er hoorde ook een duik van 50 minuten bij.

Op zaterdagmorgen vertrokken we om 9.15 uur met een boot in de richting van het rif. Onze duikuitrusting lag al klaar en er werd ons verzocht om deze maar gelijk aan te trekken, aangezien dat een van de eerste activiteiten zou zijn. Er waren overigens maar een zestal duikers aan boord. Het totaal aantal passagiers was ongeveer 12. Wij werden begeleid door een duikmaster en er ging voor alle veiligheid nog een bemanningslid mee in het water.

Wat we toen zagen laat zich niet beschrijven. Al vanaf het moment dat we door onze duikbril in het water keken zagen we fantastische vissen. Alle kleuren die je maar kunt bedenken. We moesten nog even op Evertje wachten, die haar flipper verloor. Die bleek stuk te zijn en moest worden gerepareerd. Na een paar minuten waren we op weg naar de bodem en het koraal. We zagen kleuren en vormen van het koraal, ongelooflijk mooi. Daarnaast waren overal om ons vissen. Clownsvissen, bokservissen en we zagen zelfs haaien langszwemmen. Het zicht was enorm vergeleken bij de Nederlandse meren. Op 20 meter kon je elkaar nog gemakkelijk zien. De duik was eigenlijk te snel voorbij en we klommen weer aan boord, waarna de boot verder voer. We gingen op zoek naar walvissen. Helaas hadden de vliegtuigen die niet gespot en de kans was dus ook klein dat wij ze zouden zien. Wij zagen dus ook geen walvissen.

Het volgende deel was het opzoeken van mantaroggen. Ook daarvoor kon geen garantie worden gegeven, maar na een eind varen werd de eerste gezien. Wij gingen met snorkel te water met de hele groep en zagen drie enorme mantaroggen buitelen in het water. Doorlopend waren ze om ons heen. Heel indrukwekkend. Weer aan boord gingen we verder terug naar Coral Bay en zagen daar nog heel grote zeeschildpadden zwemmen. Af en toe stak er een zijn kop naar boven als een periscoop. Vervolgens kregen we nog even de gelegenheid om te snorkelen boven het koraal. Evertje ging niet meer, want ze was een klein beetje zeeziek geworden. Het snorkelen was een belevenis op zich, maar inmiddels had ik zout water genoeg binnen gekregen. Dus na een minuut of tien had ik het wel bekeken.

Om ongeveer half drie waren we weer aan land en maakten we ons plan voor de rest van de dag. We besloten over het asfalt naar Exmouth te rijden om daar nog een keer te duiken. Inmiddels hebben we een duiktocht geregeld voor maandag. We moeten wel vroeg weg. om 07.15 uur worden we opgehaald en zullen zo rond een uur of twee terug zijn. Onze bedoeling is om daarna te vertrekken naar Cape Range. Dat is maar een klein stukje rijden en we nemen van daaruit de 4WD route naar het zuiden.

Waarschijnlijk gaan we daarna vrij snel naar Perth, hoewel we in ieder geval nog even naar Kalbarri willen.

31 augustus

We zijn aangekomen in Port Hedland. Het weer is hier schitterend al is het wat winderig. Morgen moet onze auto een beurt hebben en daarna gaan we heel langzaam naar het zuiden. Al enige tijd geleden, in Tom Price, had ik een verhaal geschreven over alle gebeurtenissen in en na Exmouth. Helaas was ik niet bekend met het systeem dat daar werd gehanteerd. Je betaalde namelijk een half uur vooruit voor het gebruik van internet in het touristcenter. Wat er niet bij werd verteld was dat je na een half uur er helemaal uit werd gegooid. Mijn complete verhaal waar ik een half uur op had zitten zwoegen, was compleet verdwenen. Ik was daar niet echt blij mee. Ik zal toch maar weer proberen om het verhaal opnieuw te schrijven.

In Exmouth boekten we een duiktour voor maandagmorgen. De zondag zelf brachten we in ledigheid door. Exmouth zelf was heerlijk warm en we konden dus ook lekker met een biertje in de zon zitten.

De maandagmorgen startten we al heel vroeg. De Om kwart over zeven moesten we bij de receptie klaar staan. Onze duikuitrusting hadden we de vorige dag al aangemeten gekregen en we konden dus ook vrij snel vertrekken. We gingen met de bus naar de boot, een tochtje van drie minuten.

Nadat we alles overgebracht hadden in de boot vertrokken we naar onze eerste duiklocatie. We waren slechts met drie duikers, Evertje, ik en een Luxemburgse leraar. De divemaster zou zelf ook meeduiken, zodat we met een ploegje van vier man waren. Mooi klein dus. Onderweg naar de lokatie zagen we al walvissen zwemmen, bultrugwalvissen. Verderop kwamen we een groepje dolfijnen tegen.Onze eerste duik was prachtig. Er was veel koraal te zien in allerlei verschillende vormen, maar ook zagen we haaien, een zeeslang, een lionfish (prachtig, maar akelig giftig) en veel meer vissoorten.

Het zicht was ongelooflijk. Op grote afstand konden we vissen en koraalvormen zien. Deze duik was tot tien meter en er was op die diepte nog behoorlijk wat zonlicht. Heel bijzonder was het zingen van de walvissen dat we onder water hoorden. De geluiden kwamen vermoedelijk van heel ver maar toch was het duidelijk hoorbaar en herkenbaar.

Onze tweede duik was op een andere lokatie. Deze duik ging tot 14 meter en hier zagen we ook nog schildpadden. Evertje probeerde er zelfs een te aaien. Ook hier was het weer niet te beschrijven wat we allemaal zagen. Wanneer je in een meer in Nederland duikt kun je je niet voorstellen, dat het onder water zo helder kan zijn. De haaien zwommen om ons heen en wij zwommen dwars door scholen vissen met allerlei kleuren.

Na deze tweede duik moesten we terugvaren. Tijdens die tocht voeren we dwars door een hele kudde walvissen heen. Ze waren vlak bij de boot en zwommen er zelfs onderdoor.

Na aankomst bij de pier werden we teruggebracht naar de camping, waar we een minder aangename verrassing kregen. De auto wilde weer eens niet starten. De accu was volledig plat. Met behulp van een paar mannen lukte het ons de auto een duwtje te geven om hem op die manier te starten. We werden verwezen naar een autoelectrician in Exmouth. Daar legden we uit wat er allemaal al aan de auto was gebeurd. Hij trok een apparaat tevoorschijn en sloot die aan op de accu. Die bleek te zijn overleden. Waarschijnlijk is dat altijd het euvel geweest, maar geen van de andere "deskundigen" had er aan gedacht om deze accu te vervangen. Er werd een nieuwe accu in geplaatst en sinds dat moment start de auto weer uitstekend.

Wij besloten om nu nog door de rijden naar Cape Range, waar we kampeerden in Neds Camp. Van daaruit ondernamen we wandel en snorkeltochten. Turqoise Bay bleek prachtig te zijn om te snorkelen, ik kwam er zelfs een inktvis en een schildpad tegen. Het koraal is daar bijna tot aan het strand toe en je ziet daar dan ook allerlei vissoorten.

Na twee dagen reden we Cape Range weer uit en gingen naar Ningaloo, waar we kampeerden achter de duinen op nog geen 100 meter van de zee. Onze naaste buren stonden ongeveer 500 meter bij ons vandaan. Het strand helemaal voor ons zelf. Een douche was er uiteraard niet en ook geen wc, maar daar waren we aan gewend. Schop, toiletpapier en lucifers is alles wat je nodig hebt om naar de wc te gaan en de zee is een heel groot bad. Tijdens mijn ochtendbad kwam er zelfs een dolfijn in onze baai vissen.

Na twee dagen vonden we dat we toch maar een douche moesten gaan opzoeken. We reden via de "rough road" naar Coral Bay. Daar bleven we een nacht op de camping, waarna we in de richting van Tom Price reden om het Karinjini NP te bezoeken. Kamperen deden we weer in de bush. Een prachtig plekje met voldoende brandhout verzekerde ons van een hele mooie avond. We hadden van vissers in Ningaloo verse vis gekregen en die hadden we hier op het menu staan. De nacht was winderig en een dingo huilde vlak bij ons. Het was volle maan. Wat een romantiek.

Via Tom Price, waar mijn verhaal verongelukte bij het visitorscenter, reden we naar Karinjini. Een prachtig park, maar helaas was op de camping geen vuur toegestaan. Erg jammer, want het werd 's avonds erg koud. Vroeg naar bed dus, maar ook de volgende morgen bleek uitzonderlijk koud te zijn. Wij besloten die dag nog in het park te blijven maar in de loop van de middag op zoek te gaan naar een warmer gebied. Wij besloten dat dat warmere gebied wel eens Port Hedland zou kunnen zijn.

Hoewel we eerst van plan waren geweest om naar Newman te gaan, gingen we dus niet rechtsaf op de Great Northern Highway, maar linksaf. Om een uur of 5 die middag kwamen we aan in South Hedland, waar we de camping opzochten. Waarschijnlijk zijn we rond volgende week maandag (misschien dinsdag) in Perth. We hopen dat het weer dan beter is, anders gaan we wel weer terug naar het noorden. Het verveelt ons hier nog steeds niet. Het is best een goed idee om het vliegtuig te missen!!!!

9 september

In Port Hedland moest de auto zijn beurt hebben en daar moesten we helaas op wachten. Pas 's middags konden we vertrekken. We wilden in ieder geval weg uit Port Hedland. Niet om de temperatuur, die was heerlijk, maar vooral al om het lawaai. Port Hedland is vooral een industrie- en havenstad en er rijden constant treinen en roadtrains. Het gaat daar dag en nacht door.

Onze eerste stop was in Roeburn, waar we een oude gevangenis bekeken, dat tevens dienst deed als bezoekerscentrum. We vonden daar informatie over kamperen en over de omgeving. Gezien de tijd besloten we eerst een camping te zoeken. Die vonden we aan het strand bij Cleaverville. We stonden daar weer met onze tent op een verlaten stuk strand. Het weer was heerlijk en we hadden uitzicht over zee. Er was hout genoeg, dus konden we ook een behoorlijk kampvuur maken.

De volgende dag gingen we terug in de richting van Roeburn om een soort spookstadje, Cossack, te bezoeken. Dit stadje was al in 1940 verlaten, nadat er geen werk meer voor de inwoners was. Diverse gebouwen waren nu gerestaureerd en konden worden bekeken. Het bleek aan het begin van de vorige eeuw een welvarend stadje te zijn geweest. De gebouwen waren prachtig en de meatpies smaakten uitstekend.

Vanuit Cossack hebben we nog even aan een verlaten strandje, Honeymooncove, liggen zonnen. Snorkelen zou daar ook goed kunnen, maar dan bij laag water. Het water was op dat moment hoog en het zeewater was niet echt warm.

Na het strand vertrokken we naar Karratha om wat inkopen te doen en op zoek te gaan naar een voor ons geschikte camping. Die camping bleek op 40 Miles Beach te zijn. We zochten daar de caretaker op. die vertelde ons dat hij over een kwartier langskwam om de campingfees te innen. Ook vertelde hij ons dat er geen brandhout was op de camping. We vonden een mooie plek langs het duin en we hebben de caretaker nooit weer gezien. Bovendien was er brandhout genoeg voor het koken en het nazitten na de maaltijd. Zelfs de volgende morgen konden we onze "billy" in het vuur laten koken.

Vanuit 40 Miles Beach ging de reis verder naar het zuiden. we kwamen in de middag in Carnarvon aan en we besloten dat we wel wat luxe verdienden. We zochten een motel op, waar we ons even heerlijk konden douchen. In Carnarvon streken we neer op een terrasje aan de zee en genoten daar van bier en Tia Maria. De maaltijd gebruikten we in het restaurant van het motel. Erg luxe dus allemaal. Na zoveel tijd in de bush klinkt een excuus van de ober over een paar geknoeide druppels wijn op het tafelkleed lachwekkend. Inmiddels hadden we ook contact gehad met oude vrienden, die vanuit Perth op weg waren naar het noorden. Wij besloten elkaar op maandag in Mullewa te ontmoeten.

Wij reden eerst naar Kalbarri, waar wij voor het eerst weer regen zagen. We bekeken een groot deel van de bekende dingen in het Nationale Park, waaronder de Z-bend. Natures window konden we niet bekijken omdat op dat moment de wereldkampioenschappen Extreem Sports aan de gang waren. Allerlei sportmensen, die hardliepen, in kano's aan het varen waren en bezig waren met abseilen in de Z-bend. Erg druk daar dus.

Hoewel we van plan waren om een camping te zoeken, besloten we toch maar een motel te zoeken. Het weer werd erg slecht en wij hadden geen zin in een heel natte tent. Dat was wel goed bekeken, want 's avonds hoosde het in Kalbarri.

De volgende dag was het mooi zonnig weer en wij gingen langs de kust verder naar het zuiden. Na nog diverse kloven aan de kust te hebben bezocht besloten we om naar de enige zelfstandige staat in Australië te gaan, Hutt River Province. Onderweg zagen we diverse "bluetongued lizards", waarvan we er een het leven redden door hem van het de weg te halen. Hutt River Provence is eigendom van Prins Leonard en Prinses Shirley, die daar al 35 jaar wonen.

Wij werden opgewacht door de Prins zelf, die ons ongevraagd een rondleiding gaf in zijn gebouwen. Hij bleek overal over de wereld te zijn geweest en had ook heel wat hoogwaardigheidsbekleders ontmoet. Het feit dat hij een eigen staat was begonnen had te maken met de hoeveelheid belasting die hij moest betalen. Hij had nu eigen geld en eigen postzegels. De postzegels worden zelfs door de Australische posterijen erkend. Hij vond het prima dat wij op zijn terrein kampeerden en wees ons een plaatsje bij de stookplaats. Hout moesten we zelf zoeken, maar dat bleek voldoende in de buurt te liggen. Na een wandeling langs de Hutt River maakten we ons vuur aan en kookten daar een heerlijke stew op. We zaten tot een uur of negen buiten, en toen we net in de tent waren begon het te regenen.

De volgende morgen was de regen weg, maar het was bewolkt en het waaide verschrikkelijk. Na het ontbijt vertrokken we naar Northampton en Mullewa. West-Australie leek een grote bloementuin. Overal stonden bomen, struiken en andere planten in bloei. Ongelooflijk, zoveel kleuren en vormen.

Mullewa staat vooral bekend om de prachtige wildflowers en wij maakten, toen wij daar eenmaal waren, een rondtocht langs verschillende plekken, die ons werden gewezen bij de toeristinformatie. Bijzonder waren vooral de wreathflowers (kransbloemen), die in het droge zand in een de vorm van een krans bloeien.

's avonds ontmoetten we de oude vrienden waar we mee hadden afgesproken. Wij dineerden noodgedwongen bij kaarslicht, want de stroom was in heel Mullewa uitgevallen. Voor ons geen probleem, wij waren berekend op donkere nachten en hadden voldoende verlichting.

Vanuit Mullewa trokken we in één keer door naar Perth, waar we al vroeg in de middag aankwamen. Perth laat zich ook nu nog niet van zijn beste kant zien. Het regent er vandaag nog, maar het lijkt er op dat de komende dagen beter worden. Wij hebben besloten om eerst naar het oosten in de richting van Kalgoorlie te trekken, waarna het van het weer afhangt of we ook het zuiden gaan bekijken. We zoeken in ieder geval nog wat 4WD tracks op.

14 september

We zetten onze reis voort in oostelijke richting. Ons eerste doel was Hyden, om daar Wave Rock te zien. Op foto's is vaak alleen de echte uitgeslten rots te zien, die sprekend op een golf lijkt. In werkelijkheid is dat ook best imposant, maar er is in de omgeving veel meer dan alleen dat stukje rots te zien.

Eigenlijk is het hele gebied een grote rots, die overal verschillende vormen heeft aangenomen. Wij hebben daar dan ook een flinke wandeling gemaakt, voor we om beer-o'clock op onze camping gingen zitten. We konden hier een kampvuur maken, wat voor ons de reden was om te blijven. Dat kampvuur was hier bittere noodzaak, want de nacht koelde af tot ver beneden het vriespunt. We hebben het nog nooit zo laat gemaakt als die avond. Naast ons was een Duits koppel gaan staan en die wilden ook wel van ons kampvuur genieten. Pas om half twee die nacht gingen we naar bed. Van buiten en van binnen warm. Uitstekend geslapen, maar Evertje voelde zich de volgende dag niet al te lekker. Wij hebben geen idee hoe dat kan.

Wij besloten verder te gaan naar Kalgoorlie, maar niet meer over het asfalt. Na wat informatie te hebben ingewonnen reden we de Holland Track op. Deze kan alleen met een 4WD worden genomen en dat bleek ook al vrij snel. Op deze track waren wel diepe kuilen met water te vinden, zodat onze auto er tenminste weer wat doorleefd uitziet. De track is in een dag te doen, maar wij hebben twee nachten daar in de bush doorgebracht. Het was erg druk onderweg, wij kwamen een auto met drie personen tegen op deze track van 185 km.

Maandagmiddag 13 september kwamen we aan in Kalgoorlie, waar we besloten, dat het tijd was voor contrasten. Wij boekten voor twee nachten in een hotel en kregen daar zelfs een bubbelbad bij. Erg decadent allemaal, na twee nachten bush.

We hebben eerst maar even in een cowboybar in Kalgoorlie doorgebracht, happy hour. Heel veel mijnwerkers en de bediening was erg schaars gekleed, bikini en bontlaarzen. Het blijkt dat deze dames, die zich zo achter de bar kleden, meer verdienen dan de mijnwerkers, die dagelijks met explosieven mogen spelen. Het is ongelijk verdeeld.

Vandaag hebben we ons vooral bezig gehouden met de historie van de goudvelden. De mijn zelf, the golden mile, is erg imposant om te zien. Daarnaast hebben we een museum bezocht, the Hall of Fame, waar erg veel over de historie was te zien. Ik heb zelfs goud gevonden bij het goudwassen. Helaas zijn de stukjes te klein om ontslag aan te vragen. We hebben de goudvelden echter nog niet verlaten en wie weet wat we nog tegen komen.

19 september

Vanuit Kalgoorlie vertrokken we in de richting van de zuidkust van Australië. Ons doel was Esperance. Onderweg besloten we even van de grote weg af te gaan en Peak Charles te bekijken. Dat is een hele grote rots van 650 m hoogte, die midden in een vlak landschap staat. Het lijkt wel een beetje op Ayers Rock, maar deze rots is anders van kleur en is veel meer begroeit. Wij maakten een wandeling naar boven. Deze wandeling ging echter al snel over in een klim en klauterpartij. Op een bepaald moment was de helling zo steil dat wij het niet meer verantwoord vonden om door te gaan. Wij waren daar als enigen in een afgelegen gebied en als een van ons wat overkwam kon het heel lang duren voor de ander hulp had gehaald.

Na de afdaling sloegen wij ons kamp op. Er kwam nog even een ouder echtpaar met een caravan langs, maar die besloten weer te vertrekken. Dat hield in dat we weer een bushcamp met z'n tweeën hadden. Het weer was prachtig, alleen waren de vliegen hier in grote getale aanwezig. Terwijl Evertje haar dagboek bijwerkte ging ik nog even terug naar het begin van de rots. Uiteindelijk was het goudgebied en je weet nooit wat je vindt tussen het stof.

Ik zat op mijn knieën toen ik plotseling op anderhalve meter wat zag bewegen. Het bleek een zwarte slang te zijn, die kennelijk net zo van mij schrok als ik van hem. De slang draaide zich om, wat precies het zelfde was wat ik deed. Beiden een andere kant op was wel zo veilig. Achteraf hoorden we dat het waarschijnlijk om een Dugite ging, een erg giftige slang, maar niet erg agressief.

Na de nacht doorgebracht te hebben bij de rots gingen we door naar Esperance. De stad ligt aan zee en de kust ziet er prachtig uit. Na de lunch reden we de Great Ocean Drive. Een tocht langs de zee met adembenemende uitzichten. Na die tocht gingen we verder naar Cape Legrand. Onderweg vonden we nog een dode slang. Die hebben we wel op de foto gezet, maar ondanks het feit dat hij erg dood leek kwamen we er niet dichtbij.

Cape Legrand is een Nationaal Park en ligt wat zuidelijker dan Esperance. Er zijn prachtige pieken te zien en de stranden zijn hagelwit. Wij zochten een kampeerplaats, maar vuur was daar verboden. Dat was vooral 's avonds erg hindelijk, want de wind kwam op en het werd erg koud. 's Nachts ging het ook nog regenen. De volgende morgen bij het ontbijt werden we door een drietal kangaroes gadegeslagen. Ze kwamen zelfs aan mijn kleren knabbelen. Eén had een jong in de buidel.
Wij besloten het park weer uit te rijden en te zien of het verder naar het noorden beter was. Onderweg kruiste vermoedelijk een Tigersnake ons pad. Zittend in de auto waren we hier echter niet zo bang voor en konden die dus ook rustig op de film zetten. Verder zagen we emu's, kangaroes en heel veel bluetongued lizards.

Aangezien het langs de kust nog steeds slecht was gingen we door naar het noorden via Ravensthorpe. Uiteindelijk kwamen we uit bij een klein gehucht dat Newdegate heet. Aangezien het koud was en er kennelijk geen vuren op de campings waren namen we een kamer in het plaatselijke hotel. Een belevenis op zich. Veel gasten waren er niet en de bar had een sociale functie in het dorp.Heel veel bewoners doken na het werk even de kroeg in.

Na het eten hoorden we dat we direct wel even af moesten rekenen aangezien de volgende morgen geen personeel aanwezig zou zijn. Er zou wel een ontbijt klaar staan, maar we moesten ons zelf daar mee redden. Het hotel zag er eigenlijk best wel verzorgd uit, maar het was of we terug waren in de jaren 50. Veel hout en de kamers waren klein. Maar het was dan ook geen duur hotel.

's Morgens was het koud en mistig en wij besloten dat we nog verder naar het noorden moesten. Langs Hyden, waar we al eerder waren geweest reden we naar Southern Cross. Een klein stadje, waar vroeger het eerste goud van West-Australie was gevonden. Er waren enkele hotels en een camping. De camping was klein, maar zag er goed uit en we konden hier zelfs een kampvuur maken.

We besloten dat we van hieruit mogelijk naar Mount Magnet konden gaan, maar eerst moesten we weer voorraad inslaan. Onmogelijk op zaterdagmiddag in Southern Cross. Ook op zondag was alles gesloten. Alternatief was om naar Mount Magnet te reizen via Kalgoorlie, waar we nu in het internetcafe zitten. Inmiddels hebben we weer voor een aantal dagen te eten en te drinken en onze bedoeling is om vandaag door te gaan naar Menzies, een onderdeel van de Golden Quest discovery trail. De mogelijkheid om goudnuggets te vinden is er dus nog steeds.

Om even het verschil in beleving van afstanden aan te geven. Vergelijk de tocht van Southern Cross naar Mount Magnet met een reis van Buitenpost naar zuid Duitsland, waarbij even een omweg naar Rotterdam wordt gemaakt voor het doen van de noodzakelijke boodschappen.

De temperatuur in Kalgoorlie is prima, zo rond de dertig graden. We zullen ons dus wel even op deze hoogte bezig houden en vervolgens rustig aan weer naar de kust trekken.

Van andere leden van ons voormalig konvooi hoorde ik dat ze de eerste tijd thuis en op het werk erg moe waren. Ik kan mij daar iets bij voorstellen. Zelfs als ik hier in Australie aan werken denk overvalt mij een vreselijke vermoeidheid en kom dan even niet verder dan mijn cooler om een VB open te
trekken. Daarna vergeet ik mijn werk weer en ben weer volledig in de running.

27 september

Na wat omzwervingen zijn we uiteindelijk weer in Perth aangekomen. Het weer is hier nu prachtig en we zullen van hieruit waarschijnlijk nog wel wat tochtjes maken. Het echte avontuur is echter wel zo'n beetje voorbij en we moeten er toch weer aan denken dat we volgende week terug zijn in een koud en nat Nederland. Niet een al te prettig vooruitzicht.

De afgelopen week hebben we het toch nog vrij druk gehad. Toen wij vorige week zondag vertrokken uit Kalgoorlie was het prachtig weer en ons eerste doel was Menzies. Dit is een van de vele goudstadjes die een tijdlang flink bevolkt zijn geweest. Het is nu niet meer dan een klein stadje 132 km ten noorden van Kalgoorlie. Het stadje heeft nu 230 inwoners, terwijl het in 1905 10.000 inwoners had. Een duidelijk verschil dus. In Menzies zelf was eigenlijk op zondag (en waarschijnlijk ook de rest van de week) niets te beleven.

Wij zetten onze reis dan ook voort over de gravel in de richting van Sandstone. Onderweg kwamen we langs Lake Ballard. Dat is een zoutmeer, waar geen water in staat. Een kunstenaar uit Perth, Anthony Gornley, had in dit meer een groot aantal sculpturen geplaatst. Deze sculpturen waren gemaakt aan de hand van lichaamsmaten van de inwoners van Menzies. Gornley had daar een bepaalde formule op losgelaten, waardoor deze lichaammaten in een bepaalde verhouding werden verkleind. Het resultaat is een abstract mensbeeld. Van deze beelden stonden er 51 verspreid over het hele meer. We hebben ze dan ook niet allemaal bekeken, want het meer is flink groot.

Na de wandeling over het meer gingen we terug naar onze auto, die wij vast op een plek hadden gezet, waarvan we dachten dat het een goede campspot zou zijn. Hier bleken echter een soort dazen of horzels te zitten, die ons aan alle kanten trachten te prikken. Dit lukte ook een paar keer en wij waren daar niet echt gelukkig mee. Daarnaast zagen we ook een flink aantal "mozzies" tussen de bomen, die ons waarschijnlijk na zonsondergang ook zouden komen plagen. We verlieten daarom die plaats en zochten een eindje verderop een ander plaatsje. Gelukkig was ook hier voldoende brandhout, zodat we alsnog een prachtig kamp op konden zetten. Er was hier zelfs een chemisch toilet geplaatst, wat in onze ogen geen succes was. Het gonsde er van de vliegen en wij gaven de voorkeur aan onze schop en lucifers.

De volgende morgen stonden we vroeg op, om de vliegen (vooral de steekvliegen)te ontlopen en waren om half acht al op weg naar Sandstone. Het was een prima gravelroad, waar we op reden en we reden dan ook met een behoorlijke snelheid. Onderweg moesten we een paar keer opletten voor een tweetal emu families. We hadden ons nooit gerealiseerd, dat emu's zoveel jongen tegelijk opvoeden, maar wij zagen dat in beide gevallen er wel 8 tot 10 jonge emu's met moeder meerenden.

Ze bleven een poos voor onze auto uitrennne, waarbij zelfs de jonge emu's toch een snelheid hadden van zo'n 30 tot 35 km per uur. Uiteindelijk verdwenen ze weer in de bush en konden wij weer snelheid maken. Een erg drukke weg overigens: over een afstand van 220 km kwamen we wel 6 auto's tegen.

Even voor Sandstone kwamen we bij een bazaltformatie, die London Bridge wordt genoemd. Een mooie plaats voor onze lunch. De formatie was vroeger zo groot geweest dat men er met paarden overheen kon rijden. Er waren echter in de loop van de tijd zoveel stukken afgevallen, dat er nu miet meer overheengelopen mocht worden.

Voor we bij London Bridge waren kwamen we nog een verlaten goudmijn en, wat erger was, een verlaten brouwerij tegen. Zoals overal in Australië hier ook weer allemaal gebouwen, die waren opgetrokken met golfplaten.

Sandstone zelf bleek een mooi plaatsje te zijn, wat zelf niet meer dan 50 inwoners had. Opmerkelijk mooie gebouwen in dit stadje. Lang bleven we daar echter niet, ons doel voor die dag was Mount Magnet, ook een goudstadje. Ook Mount Magnet bleek nu min of meer verlaten te zijn. Er woonden nog wel mensen, maar diverse winkels waren dichtgespijkerd. Bij het visitorscenter kregen we een toeristische route rondom het stadje aangereikt. Overal rond de stad was nog steeds mijnbouw, maar diverse mijnen waren ook hier al verlaten.

Op de route kwamen we langs een rotsformatie, die Amphitheater werd genoemd. We konden ons daar wel iets bij voorstellen. De vorm had wel iets van een theater en de klank was geweldig. Er zat een enorme echo in. Een mooie plaats ook om te kamperen, wat we dus ook maar deden. Ook de krekels maakten gebruik van de echo, wat een geweldig lawaai gaf. Ondanks dat geluid hebben we toch prima geslapen.

De volgende morgen reden we de rest van de route, wat een aantal mooie uitzichten opleverde en vervolgden toen onze weg via de Great Northern Highway naar Cue. Ook al een goudstadje wat zijn glans aan het verliezen was. Vrijwel alle mijnbouw lag hier stil en men probeerde hier het toerisme op gang te krijgen. Om die reden waren diverse historische gebouwen gerestaureerd, wat het plaatsje zelf een keurig aanzien gaf. Wij zagen dat het politiebureau ook mooi was hersteld en gingen daarom maar weer eens op bezoek bij collega's. Er bleken een drietal politiemensen te werken en wij werden heel vriendelijk ontvangen. De collega, die ons in het gebouw rondleidde bleek Van Es te heten.

Onderweg kwamen wij zijn collega, Wagenaar, tegen. Hij kon niet zeggen of hij familie had bij de politie in Friesland. Na een rondleiding door het courthouse en het bureau wees Van Es ons de weg naar Walga Rock. Dit is een rots waar veel aboriginal tekeningen te vinden zijn. Daar aangekomen bleken er niet alleen tekeningen te zijn, maar de wildflowers waren hier geweldig. Er waren werkelijk tapijten van bloemen in verschillende kleuren. Wij waren dan ook blij dat Mirjam niet bij ons was, want die had de rest van de dag op haar hurken gezeten, om alle bloemetjes op de foto te krijgen.

Na de rots vonden we aan de hand van onze Planet gids een meteorietkrater, de Dalarangakrater. Dit is een krater, die relatief vrij jong is, ongeveer 3000 jaar oud. Het is de kleinste van de 7 kraters, die in West Australië te vinden zijn. De meteoriet zelf is vermoedelijk diep in de grond ontploft en er is nagenoeg niets meer van terug te vinden. alleen een diep gat in de grond met een diameter van 21 m.

Voor de nacht vonden we een plaatsje in de bush bij een droogstaande kreek. Hout genoeg voorhanden, alleen stond er wat veel wind. Ons idee voor het vervolg van onze reis was om een paar dagen naar het strand te gaan, om nog even wat kleur op te doen voor we weer in ons eigen koude landje zouden zijn. De reis ging daarom verder richting kust. Wij bereikten Geraldton rond de middag en het was daar weliswaar zonnig, maar er stond een koude wind. Wij trakteerden onszelf op een motelovernachting, wat later een goed idee bleek te zijn.

Het regende die nacht flink en ook de volgende morgen was het nat en koud. Wij wilden echter toch wel het museum zien in Geraldton,waar veel over de geschiedenis van de VOC is te vinden. Onder andere zijn er delen van de Batavia te zien, die in 1629 voor de kust bij Geraldton is vergaan. We hebben ons in het museum best vermaakt, maar wel hadden we nog steeds het plan om de zon op te zoeken. We spraken dan ook af dat we naar het noorden zouden gaan rijden, net zo lang tot we weer zon en warmte hadden. Dat bleek een hele rit te zijn.

Uiteindelijk kwamen we bij Overlander Roadhouse, waar de zon min of meer doorkwam. Van daaruit reden we nog 50 km door naar de strandcamping bij Gladstone, de plaats waar we met ons konvooi hadden willen kamperen, maar niet hebben gedaan. Het bleek een hele mooie plek te zijn en wij brachten daar dan ook een dag op het strand door. Evertje zag nog even een slang voorbijschieten, een glanzende grote bruine slang, mogelijk een python. Nadat Evertje flink was verbrand besloten we dat het tijd werd om Perth weer op te zoeken. Ook daar zou toch wel eens de zon doorbreken. Op weg naar het zuiden dus. Wij hoopten dat er in Geraldton nu zon was, maar dat was niet het geval. Kamperen op Corronation Beach bleek geen optie, want daar was open vuur (vermoedelijk sinds kort) verboden.

Aangezien het koud bleef vonden wij het een aardig idee om een motel te zoeken. Wij vonden er een in Dongara, de Priory Lodge Historic Inn. Een koloniaal gebouw, wat er van buiten inderdaad prachtig uitzag. Helaas was de service niet helemaal wat je er van zou mogen verwachten. In eerste instantie moesten wij zien onze kamer te vinden, wij hadden nummer 20. Wij vonden kamer nummer 1 tot en met 19, maar geen 20. Uiteindelijk weer terug naar de receptie, die niet bezet was. Na drie keer bellen, kwam er iemand, die nu maar even met ons meeliep. Het bleek te gaan om een kamer helemaal aan het eind van de gebouwen zonder nummer op de deur. Lastig zoeken dus. Ook het ontbijt, de volgende morgen, was een zoektocht. In het restaurant was niemand, maar uiteindelijk bleek er ontbijt klaar te staan in een soort keuken op een andere plaats in een van de gebouwen.

Na het ontbijt gingen we op weg naar Cervantes, om nog een keer de Pinnacles te bekijken. Onderweg wilden we ook nog even een grot bekijken, maar we reden de verkeerde track op. Wel een mooie 4WD-track, maar dat was niet helemaal de bedoeling. Wel vonden we hier de Kangaroopaw, een zeldzame plant, in vrij grote aantallen. De Pinnacles waren druk bezocht. Veel Japanners met camera's, maar toch ook wel veel Australiërs, die er een dagje uit van maakten. Ondanks al die drukte is het toch wel een indrukwekkende plaats. Je kunt allerlei vormen zien in de zandsteenformaties.

De middag gebruikten we om weer naar Perth te rijden, waar we op zondag rond 16.30 uur aankwamen, precies om beer o'clock.

8 oktober

We zijn inmiddels al weer bijna een week thuis en het wordt tijd dat we even een berichtje hierop plaatsen. Dat het even duurde voor ik iets op deze site zette heeft meer dan een reden. De belangrijkste is wel het feit dat we thuis geen internet meer bleken te hebben, nadat UPC ons had voorzien van een nieuw modum. Gelukkig is dat opgelost en we kunnen weer internetten. Naast het niet hebben van internet was ook de fut even niet aanwezig. Kennelijk had ik deze keer toch een beste jetlag en halverwege de dag was ik dan ook doodmoe.

Veel valt er eigenlijk niet te vertellen over het laatste stukje Australië. We hebben de laatste week vooral in Perth doorgebracht. Beetje luieren in de zon en aan het strand in Yanchep. Een paar flesjes wijn gekocht bij een vinyard en die uiteraard ook maar weer zo snel mogelijk opgemaakt.

Op vrijdag hebben we onze auto ingeleverd zonder problemen. We kregen zelfs de complimenten, dat wij de auto zo schoon terugbrachten.

Zaterdagmiddag om 16.30 zaten we in het vliegtuig naar Kuala Lumpur en van daaruit vlogen we om 23.15 uur naar Amsterdam. Om 07.00 uur op zondagmorgen kwamen we daar aan en werden verrast door het feit dat onze beide kinderen met aanhang ons op kwamen halen.

Onderweg hebben we nog even met z'n allen ontbeten bij een wegrestaurant, waarna we na drie maanden eindelijk weer thuis kwamen.

Gelukkig ben ik nog een maand vrij, zodat ik weer wat aan het gewone leven kan wennen. Dat is best moeilijk, want als ik deed wat ik wilde, zat ik volgende week weer in het vliegtuig naar Australië. Er zijn nog zoveel dingen, die we niet hebben gezien. Helaas zullen we eerst weer onze spaarrekening op een aanvaardbaar niveau moeten zien te krijgen. We hebben ontdekt dat meneer Balkenende daar geen positieve bijdrage in levert.

Like deze pagina

Specialisten Australië

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Australië?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Australië kenner
Sponsors