Melbourne tot Alice Springs
Like ons op Facebook

Melbourne tot Alice Springs

door Laurien Putting

Laurien maakte een reis met twee campers samen met haar dochter, diens vriend en zijn ouders van Melbourne naar Alice Springs.

Melbourne, donderdag 3 februari

Na twee nachten en een dag onafgebroken slagregens stopt de regen opeens om 10 over 7 's ochtends. Het is opeens stil!
Ik kijk uit het raampje, de hele camping staat blank. De vogels beginnen direct te zingen. Om 9 uur schijnt de zon. We gaan de natte spullen drogen. De grond dampt na. Vandaag gaan we naar de Queen Victoria Market, een overdekte markt in het centrum van Melbourne. Peter schaft een leren hoed aan, ik een rieten hoed, die me goed tegen de zon gaat beschermen. In Melbourne rijdt een gratis trammetje dat langs alle toeristische attracties gaat.

We stappen uit bij het oorlogsmonument en gaan hierna naar de botanische tuinen. Wat een geweldige flora en fauna. Maaike &Merijn zijn echter ontzet over de schade die is aangebracht door de enorme regen die in de kranten al "The Big Wet" wordt genoemd. Het blijkt in 150 jaar niet zo geregend te hebben! In de botanische tuin is de grote vijver overstroomd, er liggen struiken plat en er zijn takken van de bomen gewaaid. Toch is hetoogverblindend mooi. Als we na een lange dag op de camping komen, besluiten Peter en ik te koken. Morgen gaan we op reis, naar de Great Ocean Road!

Vrijdag 4 februari Melbourne > Way River

Met de camper weg, het rijden is in eerste instantie onwennig en natuurlijk links! We rijden achter de camper van Hans aan, en zien dus goed hoe hij rakelings langs stoepen en wegwerkers scheurt.

Maar het went snel! Het is even zoeken om Melbourne uit te komen, maar alles gaat goed. We drinken koffie in een wegcafeetje vlak bij de Great Ocean Road (GOR). Al snel blijkt dat we echt om de hoek zitten we lopen een klein stukje en komen op een fantastisch punt uit. Het gras in Australië lijkt behoorlijk op kunstgras, het is grof en hard. De GOR is prachtig, zee met enorme golven en ruige rotsformaties aan de linkerkant en aan de rechterkant mooie natuur. De GOR is enorm bochtig, soms toren je hoog boven de golven uit, soms rijd je op dezelfde hoogte als het strand.

Overal zijn leuke kleine plaatsjes waar we rondkijken en koffiedrinken. We zien dat The Big Wet ook hier heeft huisgehouden. Er zijn soms rotsen op de weg en de camping die we hebben uitgezocht kunnen we niet bereiken wegens geblokkeerde weg door de storm. We bivakkeren die nacht op een camping in Way River. De camping ligt aan zee, wordt gerund door een ranger. Een ruige cowboy met warrige baard en natuurlijk grote hoed op. Achter de campers in de bomen zit een kolonie groene papegaaien, die heen en weer zwermen en met veel gekakel hun plekje voor de nacht opzoeken.

Ook zien we veel kaketoes in bomen zitten. 'Avonds na het eten maken we een wandelingetje langs het strand, we zien surfers en een vrouw doet op het strand rustig yoga oefeningen. Als we weer bij de campers komen horen we krekels oorverdovend tsjilpen. We zitten met een wijntje naar de sterren te kijken, het zijn er duizenden! Ook de maan is anders dan bij ons in West Europa.

Zaterdag 5 februari Way River > Warrnambool

Verder de GOR af. We beginnen met hitte maar jammer genoeg wordt het in Apollo Bay regenachtig. We doen daar alvast boodschappen voor de avond. In Apollo Bay is een alternatieve markt, er wordt gemasseerd, men verkoopt stenen, gelukspoppetjes, onbespoten groenten, honing, etc. De stranden zijn spectaculair, ook met wind en regen. Als we bij een van de trekpleisters zijn de 12 apostels, is het koud en slaat de wind en regen ons om de oren. Dit is weer eens een andere manier om dit wereldwonder te bekijken.

Op de parkeerplaats spreekt een buschauffeur ons aan. Hij geeft ons de tip om morgen in Tower Hill Port Fairy een natuurpark in een vulkaan te bezoeken. Hier zullen we emoes en koala's zien. Dat vind ik zo leuk van Australië, de Australiërs die ons dit soort tips geven. Port Fairy staat zelfs niet genoemd in de Planet reisgids! 's Avonds overnachten we in Warrnambool, weer een Big 4 camping met alle luxe faciliteiten.

Dit is een gedeelte van mijn reisverslag. We hebben de hele maand februari 2005 door Australie gecruised, Melbourne, Adelaide, Kangaroo Island, The Outback, Alice Springs, Cairns.

Zondag 13 februari Post August > Coober Pedy

Een heel lange dag reizen we door het hete platte rode binnenland van Australië. Er is één weg, tweebaans, maar we komen amper tegenliggers tegen. We halen alleen maar in. Deze weg wordt gereden door iedereen die van zuid naar noord gaat of de andere kant op. Er rijden enorme vrachtwagencombinaties, soms zelfs van 50 meter lang. Dan zijn er 3 aanhangers aan geschakeld. Die zogenaamde road trains denderen door, ze kunnen niet anders. Ze hebben grote vierkante rekken op hun bumpers gemonteerd, de zgn kangaroevangers.

Het zit zo: de kangaroes gaan in de dageraad naar de weg toe om daar dauw te likken. De roadtrain dendert langs, kan niet stoppen. De kangaroe blijft zitten, gebiologeerd door de lichtbundels van de koplampen. De kangaroe wordt doodgereden. Er zijn ook ontzettend veel kangaroe kadavers langs de weg. In alle staten van ontbinding. Van net aangereden, dat zien we aan de gieren die in de lucht eromheen cirkelen en met hun scherpe snavels in het vlees hakken. Tot de kale botten die we ook zien liggen. Ook liggen er dode koeien en paarden. Die worden niet aangevallen door gieren maar drogen van binnenuit op, zodat er soms alleen nog maar een vel ligt. Af en toe staat een al dan niet uitgebrande auto een eind van de weg in een bosje.

Het schijnt hier 's nachts niet pluis te zijn, overdag is het heet en stil. Als we ergens parkeren om te drinken dan hoor je niets, en je ziet ook niets alleen ruimte om je heen. Een gek gezicht dat zijn we niet gewend, het is een lekker idee dat we met twee campers zijn, want hoe moet je hier weg komen? We hebben geen radio en onze telefoon doet het hier niet, er is geen bereik. Om de honderd of 150 kilometer is een roadhouse, een pomp met een winkeltje waar je water en wat eten kunt kopen. Hier kun je ook telefoneren. Maar als je ertussen pech krijgt… brrr.

Na zo'n 600 kilometer komen we aan in Coober Pedy, een mijnwerkersstadje waar ze opaal delven. In de reisgids stond een wervend verhaal, men leeft hier ondergronds wegens de hitte, er is zelfs een ondergrondse camping en je kunt er zelf je opaal delven. Ik had dus nogal wat verwachtingen van dit stadje. Maar… het is een desolate negorij. Het is kokend heet, ik zie alleen maar bergen met zand, kapotte vrachtwagens die ertussen staan en verder stukken roest. Er is geen boom te bekennen.

De hoofdstraat bestaat uit een asfaltweg met 1 supermarkt en diverse 'opal shops'. Als we even rondlopen worden we hinderlijk gevolgd door een paar aboriginals die bedelen. Ze zijn zwaar vervuild met gescheurde kleding en ze stinken enorm. De vrouw die ons benadert ziet er vreselijk uit. Ze heeft een gezicht vol met bulten. Als ze geld krijgt rent ze weg naar een paar mannen die op een hoek staan te wachten. Ik zie dat ze een maandverbandje op een bloederige wond op haar hoofd heeft geplakt. Dan realiseer ik me dat ze waarschijnlijk in elkaar is geslagen! Dat zal de bulten op haar hoofd en gezicht verklaren! Ik dacht dat de aboriginals een trots volk waren, met een hele eigen cultuur. Bij deze aboriginals is niets van trots te bekennen.

Onze big 4 camping is een parkeerplaats waar de campers pal naast elkaar onder een doek moeten staan, dit is tegen "de koperen ploert". Om de camping zit een hek, dat gaat 's avonds dicht voor onze veiligheid. Tegen aboriginals? Hier merk ik hoe genadeloos de zon kan branden. Er zijn duizenden vliegen die in alle gaten van je hoofd willen kruipen, je oren, je neus, je mond en zelfs je ogen. Er is een zwembad. In een overdekte schuur staat een ronde grote ton, waar net als in het dolfinarium zeehonden eindeloos hun rondjes zwemmen, dit is hier een "pretty good pool!"

Het water is glibberig van de toegevoegde chloor, maar we zijn zo heet dat we er met zijn allen in duiken. Als je er uit komt ben je direct droog door de enorme droge warmte die hier is. Een aparte ervaring. Water moet hier gekocht worden, ook voor de douches en drinkwater. Ook om te koken moet je water kopen. Op de camping hangt een bordje dat je een boete van 100 dollar krijgt als je zomaar iets van kleding uitspoelt.

Maandag 14 februari Coober Pedy > Curtin Springs

We reizen verder. Zelf ben ik blij Coober Pedy te verlaten, het viel me enorm tegen. We gaan op weg naar Alice Springs, met een uitstapje naar het heiligdom van de aboriginals, de Uluru. Dit heette voorheen Ayers Rock, maar is teruggegeven aan de 'natives'. Het heeft nu weer zijn oorspronkelijke naam. In de outback waar we nu dus rijden is het zo warm dat er geadviseerd wordt om elk half uur een liter te drinken. Dat doen we trouw, soms hebben we er zelfs niet genoeg aan! Bij iedere gelegenheid slaan we extra water in. Ook vullen we steeds weer de 60 litertank van de camper. We hebben het plan om tegen 16.00 uur te stoppen maar omdat het zo heet is en de plekken die we tegenkomen verlaten parkeerplaatsen zijn rijden we maar zo lang mogelijk door. Om 18.15 is het nog steeds super heet.

Na honderden kilometers vlakte met dode kangaroes langs de weg en adelaars die ze verscheuren zien we op ongeveer 175 kilometer van Uluru opeens een berg opdoemen die op de Tafelberg in Zuid Afrika lijkt. Dit is Mount Connor "The forgotten wonder". De berg ligt vlak bij Uluru (volgens Australische begrippen dan) maar is bijna niet te vinden in de reisgidsen. We stoppen op een uitkijkpunt en worden bijna omgewaaid door een heel hete wind. Ik heb medelijden met onze kinderen Maaike en Merijn, die we hier in het binnenland gaan achterlaten volgende week. Op een klein stukje na dit uitkijkpunt vinden we een oase. Het is een pleisterplaats met camping tussen bomen, er is een café en onder een afdak staan enorme tafels waar je aan kunt eten. Als we aankomen, moeten we weer onze klok een uur terug zetten, dit is al voor de hoeveelste keer deze reis? Ik weet niet meer hoe laat het nu in Nederland is.

We eten hier een t-bone steak (vers van eigen koeien blijkt morgenochtend) en coleslaw en frietjes. Het is allemaal zo lekker dat we bijna de borden mee opeten. Een paar flinke pilzen erbij…. Het leven is goed. Ook hier rijden aboriginals af en aan in oude busjes. Ze kopen water bij deze pleisterplaats en kijken boos en broeierig naar ons. Ik voel me niet helemaal op mijn gemak, als rijke blanke hier in een super camper te zitten. Gelukkig blijft het bij kijken. 's Avonds kijken we in het donker naar de sterrenlucht. Wat is Nederland ver weg! Het is een prachtige hete nacht.

Dinsdag 15 februari Curtin Springs > Uluru (Ayers Rock

Al met al is het een klein stukje naar Uluru, we zijn er al om half elf. Er is voldoende te kijken, Uluru is een monoliet, een rode rots die midden in de rode woestijn staat, is 348 meter hoog en 9 kilometer omtrek. Helaas mogen we nergens fotograferen van de aboriginals, er staan overal bordjes en wordt streng op toegezien. We bekijken wandschilderingen en besluiten naar de rots te lopen. Dat valt nog niet mee, we worden er steeds omheen geleid, het pad buigt steeds weer af. Ondertussen worden we weer belaagd door vliegen. Hans, Yvonne en ik besluiten terug te gaan. Peter Maaike en Merijn lopen nog een stuk door. Maar komen onverrichter zake terug, vanaf deze weg kom je zeker niet aan de voet van de berg. We hebben hoeden op en drinken ons een ongeluk aan water.

Later pakken we de camper en parkeren ergens anders. Nu kunnen we naar de voet van de berg lopen maar alles is afgezet met hekjes, dat is wel jammer want ik had de berg graag aangeraakt wegens de magische krachten die eraan gekoppeld zijn. Na Uluru rijden we door naar Katja Tuta (de negen hoofden) 9 rotsen die inderdaad iets van mensenhoofden hebben. De aboriginals dachten dat dit echte hoofden waren. Katja Tuta oftewel de Olga's dit is de Australische naam ligt op 50 kilometer afstand van Uluru, een eitje hier. Iedereen loopt hier met vliegennetten om hun pet of hoed tegen de vele vliegen. Peter Hans en Maaike en Merijn gaan de Olga's per voet verkennen. Yvonne en ik blijven onder een afdakje zitten.

's Avonds kamperen we in een luxe camping, Ayers Rock Resort, we duiken in het zwembad, dat direct gaat stomen bij de aanraking van onze kokende hoofden. (grapje) Na het eten zitten we in het donker voor onze campers. Opeens slaakt Maaike een ijselijke kreet: Aaargh! Er glijdt een slang over haar (blote) voet! Gelukkig gebeurt er verder niets.

Woensdag 16 februari Ayers Rock > Alice Springs

Gelukkig, we rijden richting 'bewoonde wereld'. Onderweg stoppen we bij een roadhouse voor een hamburger. Nemen we een gewone of een Hamburger Lot? Omdat we niet weten wat dat is besluiten we dit te nemen. Het blijkt een enorme hamburger te zijn, formaat torenflat met alles en nog wat ertussen gepropt. "Lot" staat voor a lot of. Aussies korten alles af, zoals Brekkie dat is breakfast. Op deze hamburger zit natuurlijk vlees, sla tomaat ui, en ook nog kaas, ham, gebakken ei, ananas en een dikke plak rode biet. Krijg dat maar eens netjes in je mond!

Onderweg is het zo heet, dat we langs de weg diverse zandwervelstormen zien. Dit is een normaal verschijnsel, ik denk dat de lucht bijna gaat koken, gaat dan wervelen en zuigt het zand mee op. Zo zie je tientallen zandslurven rondtrekken. We maken een stop bij een kamelenfarm. Hier worden kamelen opgevangen die los in de outback rondlopen. Ze worden verzorgd, we zien een dierenarts die zich met een zielig jong bezighoudt. Het jong is gewond en wordt verzorgd. Zijn wond moet worden schoongemaakt en ontsmet. Hij gilt het uit van de pijn. Met twee rangers moet het jong in bedwang worden gehouden.

Ook zien we zielige kleine kangaroes die moeten overleven zonder moeder met buidel. In een hok zijn een soort boodschappentassen opgehangen die dienen als nepbuidel. De kangaroes zijn zo uit hun doen en van slag af dat eentje van de stress zijn poot tot aan het bot heeft doorknaagt. Een ander ligt op zijn kop in de buidel, in plaats van zijn kop steken er 2 achterpootjes uit.

In Alice Springs is er geen spring (bron) te bekennen, alleen een kurkdroge rivierbedding waar halfdronken aboriginals in rondbanjeren op weg naar de liquidstore blijkt later. Wat kunnen die drinken! Het bier wordt per 32 blikjes tegelijk ingeslagen. Hele families lopen met drank te zeulen. De camping waar we vier nachten op zullen staan is een Big 4 camping, met 3 zwembaden. We hebben mooie plekken op gras. We hebben nu in 12 reisdagen 3850 kilometer gereden en op 12 campings overnacht! 's Avonds zien we allemaal kangaroes op de camping, ook vlak naast ons tafeltje.

Like deze pagina

Specialisten Australië

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Australië?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Australië kenner
Sponsors