Een jaartje reizen
Like ons op Facebook

Een jaartje reizen

door Vivienne & Jasper

De eerste dagen
25 november 2002 (13:14)

Even een kort berichtje over het begin van onze reis.
Na maanden van voorbereidingen en stress was het dan eindelijk zover en vertrokken we uit het koude kikkerlandje Nederland. Na wat traantjes op Schiphol liepen we door de douane en namen stil plaats in de lounge. Het vliegtuig stond al klaar: een Boeing 747-400. Help!

De vlucht verliep redelijk goed. Het eerste stuk naar Singapore duurde ongeveer 12 uur. In Singapore mochten we even uitstappen en onze tandjes poetsen (wat ook wel nodig was) waarna het vliegtuig in 3 uur verder vloog naar Jakarta. En hier begon de ellende al.

In Jakarta moesten we overstappen op het vliegtuig naar Bali. Maar dit vliegtuig vertrok pas 7 uur nadat wij daar aangekomen waren, en inmiddels hadden wij al zo'n 24 uur niet geslapen. Er was ook nog eens helemaal niets te doen op het vliegveld, het was uitgestorven. De gevolgen van de aanslag in Bali waren hier al goed te merken. Maar eindelijk vertrokken we naar Bali.

In Bali stond onze gids, Komang Sukana, al op ons te wachten. (Viv's ouders hadden een paar maanden geleden in Bali al contact met hem gehad en wij hebben hem voor vetrek ge-emaild.) Hij had een aantal hotels voor ons uitgezocht en natuurlijk namen wij de goedkoopste ;).

Het hotel, Wirasana, ligt in Sanur, vlak bij het strand. We hadden er ons niks bij voorgesteld, maar het is echt een klein paradijsje. We krijgen 's ochtends een ontbijtje, we hebben een leuk balkonnetje met een prachtig uitzicht en we mogen gebruik maken van het zwembad van het luxe hotel ernaast.
Op dit moment zitten we er nog steeds en we zijn van plan om er echt even van te genieten en minstens tot zondag te blijven.

We hebben het nu een aantal dagen heel rustig aan gedaan, en morgen gaan we onze eerste excursie maken naar de vulkaan en de mooiste en heiligste tempel op Bali, Batikhinogwat, maar daar horen jullie nog wel meer over.
Verder gaan we hier elke avond uit eten voor zo'n 5 euro met z'n tweetjes! Heerlijk!

De bomaanslag in Bali heeft nog wel grote gevolgen voor het eilandje. Er zijn nog haast geen toeristen te bekennen en we worden dan ook gek van alle Indo's die vragen: Massage? Manicure? Transport? Honeymoon? ;)

Ze vragen dan ook allemaal of we aan iedereen in Nederland willen laten weten dat het hier weer veilig is en dat jullie allemaal weer moeten komen! Dus bij deze.

Sanur, Lovina en Kuta
10 december 2002 (11:28)

Dinsdag 26 november zijn we op onze eerste excursie op Bali geweest. Eerst zijn we naar een Balinese dans wezen kijken; de Barong en Kris dans. Een heel spektakel met veel maskers en overweldigende muziek. Daarna hebben we drie kunst-dorpen bezocht. Een dorpje waar zilveren sierraden worden gemaakt, een schilder-dorpje, en een dorpje met houtsnijwerken. Daarna vertrokken we naar de heilige olifanten grot en tempel (Gao Gajah) en naar de Turtah Empul tempel met een heilige bron waar je in kon zwemmen. Maar dat deden we niet want de hemel was inmiddels losgebroken en we waren al nat tot op het ...

We gingen verder naar het doel van de excursie, de Batur vulkaan en meer. Ons was beloofd dat we vanaf deze vulkaan een prachtig uitzicht over Bali zouden hebben en daar lekker konden lunchen. Dat van de lunch was helemaal waar, maar het uitzicht viel een beetje tegen. Door de dichte mist zagen we helemaal niets! We besloten om dan ook maar niet naar de Besakih-tempel te gaan omdat het daar ook veel te mistig zou zijn om het allemaal goed te kunnen zien. Onze gids had echter een leuk alternatief: het apenbos bij Ubud.

De rest van de tijd in Sanur hebben we lekker geluierd, gelezen en gezwommen. Na een dag of vijf werden we dit ook zat en besloten we om naar Lovina te gaan.

In Lovina zijn we in een enorm leuk hippie-oord terecht gekomen. Het eerste wat ze aan ons vroegen was dan ook: Marihuana? Magic Mushrooms? Toen we in onze kamer kwamen kregen we de tweede verrassing. Er zat namelijk helemaal geen dak in de badkamer, Aaaah! Maar dit bleek reuze mee te vallen. Een keer douchen onder de sterrenhemel en je wil nooit meer wat anders.
In Lovina zijn we echt actief geweest. We hebben gesnorkeld, op dolfijnentour geweest, hebben een dag fietsen gehuurd en zijn op kookcursus geweest, jammie (de recepten volgen nog ;).

Nu zitten we al weer drie dagen in Kuta. Echt een enorm verschil met de andere twee plaatsen waar we zijn geweest: hier zijn ook nog andere toeristen (lees: Chinezen). En ook de plaats zelf is totaal anders: veel grote winkels, teveel McDonalds, KFC en Pizza-hutten, grote discotheken en een prachtig strand. We hebben hier genoten van het heerlijke weer en eten, we hebben gesurft, Viv heeft d'r haar laten invlechten (tot op mijn kontje!) en vanavond gaan we eens flink stappen.

Morgen vertrekken we alweer uit Bali en gaan we naar Nieuw-Zeeland.

Kia Ora!
31 december 2002 (2:48)

't Is alweer een tijdje geleden dat we iets in het reisverslag hebben geschreven, en we hebben natuurlijk weer veel meegemaakt en gezien. Hier even in het kort wat er allemaal gebeurd is:

Twaalf december kwamen we aan in Auckland, en 't regende pijpestelen. Dat was wel even afkicken na drie weken subtropische warmte. Daar stonden we dus in onze zomerse kleding in 'typisch Nederlands' weer. Toen we bij de informatiebalie op het vliegveld kwamen bleek dat er in heel Auckland geen backpackers hostel meer vrij was, maar na wat rondgebeld te hebben vonden we gelukkig toch nog een kamer.
In het hotel waar we zaten zat een soort reisbureautje waar ze ons aanraadden om een auto te huren, dit bleek goedkoper te zijn dan met de bus rond te trekken. En we hebben er inmiddels al meer dan 3000 km op zitten met onze Toyota Sprinter.
In Auckland hebben we zelf wat rondgekeken, onder andere: het Nationaal Museum, Parnell Street (shopping paradise), de Sky Tower en de haven. Ook hebben we even een filmpje gepakt: Harry Potter and the Chamber of Secrets.
's Avonds zijn we naar Christmas in the Parc geweest, hardstikke gezellig met duizenden mensen in het park, allemaal onbekende artiesten die kerstliedjes zingen en tenslotte een knallend vuurwerk, oooohhh aaaahhh.

Na Auckland zijn we door het Kauri Forest naar het noorden gereden. Onderweg zijn we gestopt bij Tane Mahuta, the God of the Forest. Dit is een gigantische boom van meer dan 2000 jaar oud. 's Avonds hebben we overnacht in Opononi, waar we een schitterend uitzicht hadden over de baai.

De volgende dag zijn we doorgereden naar Cape Reigna, het uiterste noordelijke puntje van Nieuw Zeeland. Hierna zijn we via 90-Mile Beach richting Mangonui gegaan, waar we in de haven heerlijke vis gegeten hebben. Iets verderop, aan Hihi Beach, hebben we ons tentje weer opgezet.

Het heeft ons twee dagen gekost om vanaf Mangonui naar Rotorua, onze volgende bestemming, te rijden. Rotorua staat bekend om de vulkanische activiteit: geisers, borrelende modderpoelen en zwavelmeren. De hele stad stonk naar rotte eieren! Toch zijn we nog even naar het Thermal Wonderland Wai-O-Tapu gegaan om de geisers en zo van dichtbij te bekijken. Vanuit Rotorua hebben we nog een dagtripje gemaakt naar de Waitomo Caves (was maar 2,5 uur rijden…). Hier hebben we ge-Tumu-Tumu-Toobed: een verkenningstocht door de grotten waarbij we hele stukken moesten klimmen, op je buik door tunnels en spleten, zwemmen en met autobanden dobberend op ondergrondse meren, onder een 'hemel' van gloeiwormen, echt gaaf!
De laatste dag in Rotorua hebben we een tocht te paard gemaakt door de bergen en bossen, voordat we verder zijn gereden naar Napier.

In Napier hebben we shoarma gegeten en hebben we onze eerste levende Kiwi gezien. Weliswaar achter glas, maar ja, je kan niet alles hebben.

De volgende bestemming was Wellington, de hoofdstad. We wilden hier eerst een tour doen, maar alles bleek op loopafstand van elkaar te liggen. We zijn eerst naar de Bee-Hive, het parlementsgebouw, gegaan waar we een korte rondleiding hebben gehad. We zijn met de Cable Car naar de botanische tuinen gegaan en toen door het centrum, onder andere via Cuba Street, naar het Te Papa museum gelopen en zijn daar ook naar de Lord Of The Rings tentoonstelling geweest. Hierna hadden we helemaal de smaak te pakken en hebben we gelijk maar kaartjes gekocht voor LOTR, The Two Towers. Echt een aanrader!
De volgende dag nog wat rondgelopen en gewinkeld, en 's avonds (kerstavond) een biertje gedronken in een gezellige brouwerij aan de haven. Omdat we de volgende dag al om vijf uur ('s ochtends dus!) in moesten checken voor de Ferrie naar Picton, hebben we die nacht maar in de auto geslapen.

Eerste kerstdag zijn we dus met de boot naar het zuidereiland gegaan. We zijn naar een camping gegaan in Blenheim, en hebben daar de kerstdagen doorgebracht. Stralend blauwe lucht en 23 graden, heerlijk! We wilden eerste kerstdag lekker uit eten, maar het enige restaurant wat open was, was de lokale Chinees. Veel keus hadden we dus niet. Omdat het eten ook niet alles was wilden we nog even een flesje wijn halen voor bij de tent, maar wat bleek: het is verboden om alcohol te verkopen met kerst… Merry Christmas. (Toch was het nog best gezellig hoor!)
Tweede kerstdag besloten we eens sportief te gaan doen en de Wither Hills te beklimmen. Steil naar boven met verbrande bomen links en rechts, en bovenop moesten we oppassen dat we niet weg zouden waaien. Echt een uitdaging voor de spiertjes.

En toen was Vivienne d'r vlechtjes zat. Drie dagen zijn we bezig geweest om ze eruit te halen (99 waren het er) en toen had ze een hoofd vol lijm en klitten. Onze volgende bestemming was Christchurch en we hebben dan ook gelijk een kapper opgezocht. Twee kappers zijn een uur lang bezig geweest om alles eruit te kammen en te knippen, en ja, ze heeft nog steeds haar op d'r hoofd. Oh ja, onderweg naar Christchurch hebben we nog honderden zeehondjes gezien langs de kust!

In Christchurch was verder niet zo veel te beleven en de mensen raadden ons aan om in Queenstown Oud en Nieuw te vieren. Dus zijn we maar doorgereden naar Queenstown, via een adembenemende route langs Lake Tekapo en Lake Pukaki. Eindelijk, dit was wat wij ons voor hadden gesteld van de natuur in Nieuw Zeeland: fel blauwe meren, besneeuwde bergtoppen, wilde rivieren en prachtige bloemen en planten. En dat alles onder een heerlijk warm zonnetje.
In Queenstown aangekomen hebben we de camping opgezocht van de familie Spijkerbosch. Eigenlijk was alles al vol, net als alle andere campings in de omgeving, maar omdat ze vroegere buren van Jaspers moeder waren kregen we toch nog een aardig plaatsje.
Nu, op oudjaarsdag, zitten we nog steeds in Queenstown. We hebben er net een flinke wandeling naar de Queens Hills op zitten en zitten even uit te blazen in een internet-café in het stadje. Echt veel stelt het niet voor, maar het wordt vast een geweldig feest vanavond.
Overmorgen gaan we raften over de Shotover River, maar daar horen jullie later nog wel meer van.

G'day mates!
9 februari 2003 (7:09)

Zoals jullie waarschijnlijk al wel weten zitten we nu al weer drie weken in Australie. Tijd voor weer een stukje in het reisverslag dachten we. Maar eerst nog even wat we de laatste twee weken in Nieuw Zeeland hebben uitgespookt.

Oud en nieuw hebben we dus in Queenstown gevierd. Na een gezellige barbeque met de buren en een aantal glaasjes champagne later gingen we de stad in voor het "moment supreme". Op de boulevard hebben we afgeteld en naar het vuurwerk gekeken waarna we tot in de late uurtjes onder de sterrenhemel hebben gefeest... En de eerste dag van 2003 hebben we op het strand ons katertje uitgeslapen.

Twee januari waren we al weer helemaal fit en gingen we dus eindelijk wat actiefs doen: White Water Raften! Na een zenuwslopende busrit langs ravijnen en door smalle bergpaadjes kwamen we aan bij de Shotover River. Hier werden we in groepjes ingedeeld en natuurlijk zaten wij weer bij... CHINEZEN! (Die nauwelijks engels konden.)
Toen we de slag eenmaal te pakken hadden kwamen we aan bij een paar flinke "rapids" (graad 4.5 of zo) en gingen we door een 100m lange donkere grot, dat was wel even spannend.

We waren nu al wel lang genoeg in QT gebleven en besloten om naar Te Anau te gaan en van daaruit een cruise door Milford Sound te doen. In Te Anau aangekomen was er een rodeo waar Viv natuurlijk nog even moest kijken. Maar Jasper vond het ook leuk hoor.

Iedereen raadde het ons af om met onze eigen auto naar Milford Sound te rijden. Maar eigenwijs als we zijn (?) besloten we het er toch op te wagen en de trip ernaar toe was het leukste en mooiste van de hele tour. Gletsjers, watervallen, wilde rivieren, besneeuwde bergen en prachtige fjorden.

De volgende dag vertrokken we weer naar het noorden, langs de veel groenere westkust naar Franz Jozef. Hier hebben we een paar wandelingen gemaakt naar de Fox Glacier, Lake Matheson en natuurlijk de Franz Jozef gletsjer. Helaas kon je alleen met een gids echt het ijs op, en dat was een beetje buiten ons budget.
Dezelfde dag zijn we nog doorgereden naar Greymouth.

Omdat we ook nog een wandeling door het Abel Tasman park wilden doen moesten we een beetje opschieten. Onderweg naar Motueka zijn we nog even gestopt bij Punakaiki, oftewel de Pannekoek rotsen, heel bizar!

In Motueka bereidden we ons voor op de Abel Tasman Walk (kortom, even languit op het strand liggen).
We besloten om een twee-daagse wandeling te doen met een overnachting in Bark Bay, dus we moesten ook de tent, slaapzakken en het twee-persoons kingsize luchtbed meenemen, maar ach...
Daar gingen we dus, met twee loodzware backpacks, vanuit Marahau richting Bark Bay. Na een prachtige wandeling, 26km berg op en af, kwamen we aan op de 'camping' waar we de nodige blaren door moesten prikken en genoten van ons diner: brood met pasta.
Dag twee moesten we vroeg opstaan om op tijd bij 'low tide' oversteek te komen: hier kan je alleen bij eb oversteken en anders moet je vier uur omlopen. En omdat we om drie uur met de water-taxi werden opgehaald op ons eindpunt moesten we een beetje voortmaken. Uitgeput (nog eens 14 km met nog steilere heuvels en gladdere paadjes, lange strandwandelingen enz.) maar voldaan kwamen we uiteindelijk aan in Awaroa Bay. Daar konden we aan niks anders denken dan zitten en 'fish & chips'. Dat hebben we 's avonds dan ook lekker gegeten en na een warme douche lagen we om 8 uur al in bed.

Twee dagen later, weer een beetje op krachten gekomen, reden we door naar Nelson waar het aan een stuk door regende. Dus besloten we om even te gaan poolen en een filmpje te pakken: Catch Me If You Can, best leuk en vol met goede ideeen en tips.

14 Januari vertrokken we om zeven uur 's ochtends weer met de ferrie naar het noorder-eiland. Eigenlijk hadden we een dag eerder willen gaan, maar die ferrie was al volgeboekt. Daarom moesten we in een ruk door naar Auckland om de volgende dag op tijd te zijn voor de vlucht.

't Is al weer een heel verhaal geworden, daarom later meer over wat er in Australie gebeurd is.

Okee, even heel snel dan:

We hebben een leuk busje gekocht (Toyota Hiace) met een keukentje, koelkast, zithoekje/twee-persoons bed. Echt een klein huisje op wielen.

Via de eigenaar van het busje zijn we aan een leuk en goedkoop appartementje gekomen waar we ons nu al aardig thuis voelen. (Stukken beter dan met zes vreemden in een 'dorm' in het backpackers hostel, waar we ook nog een week hebben doorgebracht.)

Jasper heeft een baantje bij Suncorp, Vivienne is nog steeds op zoek...

Hidyho
18 maart 2003 (0:32)

Brisbane hebben we inmiddels alweer achter ons gelaten. Eigenlijk was het een beetje saai daar, maar we hebben nog wel wat leuke dingen gedaan. Lekker aan het strandje in het Southbank park gelegen; een zwembad met een kunstmatig strandje in het centrum van Brisbane naast de rivier, met échte lifeguards. Je lacht je rot, maar wel hardstikke gezellig. Op zondag was er ook altijd een gezellige markt en 's avonds kon je er heerlijk wandelen.

We hebben ook nog een cruise over de Brisbane rivier gemaakt in de CityCat, de Botanical Gardens bezocht etc.
Tenslotte zijn we nog een dag naar de Australian Zoo geweest. Dit is de dierentuin van Steve Irwin, de Crocodile Hunter die je misschien wel kent van Discovery Channel. Helaas was hij er niet zelf maar zijn leerlingen deden een paar shows met de krokodillen, echt ongelooflijk wat een kracht die beesten hebben. Ook hebben we koala's van dichtbij gezien en kangaroes geaaid! Kortom, een hele leuke dag.

Vivienne heeft in Brisbane uiteindelijk ook nog een baantje gevonden. Ze heeft gecollecteerd voor goede doelen (kankeronderzoek en spierziektes), en daarvan kreeg ze zelf een percentage. De dag dat ze begon, ging het regenen en is het nooit meer gestopt. Daarnaast verdiende het heel slecht, dus besloten we er maar een punt achter Brisbane te zetten en verder te gaan.

We wilden de outback in trekken na al die tijd in de grote stad, vandaar dat we de Jackaroo en Jillaroo school gingen doen. Hiervoor moesten we naar het plaatsje Tamworth rijden, ten zuiden van Brisbane. We zouden maandagochtend om negen uur opgehaald worden bij het plaatstelijke hostel. Omdat we nog steeds in de Queensland tijd leefden, en het een uur later is in New South Wales waren we een uur te laat. Het vrouwtje van het hostel vertelde ons hoe we er zelf heen moesten rijden en na een avontuurlijke rit over zandweggetjes, hobbels en heuvels kwamen we eindelijk aan op Leconfield. 't Was net alsof we in een Western film waren beland.

We hadden gelukkig nog niets gemist en nadat we onze spullen in de slaapschuur hadden gelegd gingen we naar de paarden. We kregen allemaal ons eigen paard voor de rest van de week, Viv kreeg een witte merrie, Cassy, en Jasper een mooi donker paard, Moon. Daarna kregen we les in poetsen, zadelen en rijden. 's Middags hebben we een lekker stukje gereden, doodeng met al die enorm stijle heuvels en afgronden maar de paarden redden zich prima.

Dinsdagochtend gingen we naar de "arena" en kregen we les in Natural Horsemanship (denk aan de Horse Whisperer). Echt geweldig wat je met zo'n paard kan bereiken zonder het te slaan of z'n spirit te breken. Ook kregen we les in paarden beslaan, lasso werpen en whip cracking. 's Middags gingen we de heuvels in om schapen te drijven. Later hebben we nog twee schapen geschoren en de mannen hebben er nog een geslacht maar dat kon Viv (de meeste meisjes) niet aanzien. 't Bloed spoot eruit! Hierna hebben we 't schaap gevild en geslacht voor de bbq van de volgende dag.

Woensdag kregen we les in Pasture Improvement en Yarding en Fencing. Klinkt leuk, maar 't komt erop neer dat we met een ghost-buster achtig apparaat op onze rug onkruid gingen bespuiten en ruimte voor hekken moesten maken. 't schaap was wel lekker (luguber). 's Avonds hebben we bij het kampvuur gezeten waar een van de reisleiders gitaar speelde.
Donderdag weer Natural Horsemanship lessen, dit keer met een volwassen paard. Het paard was echt enorm goed getraind en kon onder andere buigen, spullen van de grond pakken en limbo dansen.

Hierna hebben we de koeien naar de farm gedreven, een hele toestand met die eigenwijze beesten. Cassy was het op een gegeven moment helemaal zat en beet de koeien in hun kont! Op de boerderij aangekomen moesten we de koeien van de kalfjes scheiden. De koeien kregen inentingen en wij gingen de kalfjes lassoën, worstelen, brandmerken, castreren (!) enz. Viv haalde het nog tot de finale van het lasso werpen, die uiteindelijk niemand won. 's Avonds hebben we spelletjes bij het kampvuur gedaan in gezelschap van het wees-kalf (Calfy), wees-lammetje (Lammy) en wees-big (Piggy). Oh ja, stierenballetjes smaken net als worstjes.

De laatste dag gingen we met de paarden zwemmen en picknicken. Hierna hebben we nog een aantal spelletjes te paard gedaan en gegaloppeerd. 's Avonds gingen we weer terug naar de bewoonde wereld, Tamworth. We zijn met z'n allen uit eten geweest en daarna wezen stappen.

Na een kort weekend, die onze spieren wel nodig hadden, zijn we nu aan het werk op Mirani, een schapen en koeien boerderij vlak bij het piepkleine plaatsje Walcha. Dit baantje werd ons aangeboden op de cursus. Het komt erop neer dat we op de kinderen (3 jr en 19 mnd) moeten passen en allerlei klusjes op de boerderij moeten doen. We hebben ons eigen huisje, internet, eten en drinken is gratis. Naast de 16000 schapen hebben ze hier ook paarden, dus we vermaken ons hier prima. En we verdienen weer wat geld!

Mirani en de Whitsundays 2
23 mei 2003 (4:38)

Omdat er de vorige keer iets mis was gegaan met het reisverslag proberen we het nog maar eens. Eerst even een terugblik.

Na de jackaroo en jillaroo cursus in Tamworth hebben we een maand bij een echte Australische familie gewerkt. (De eigenaar van de cursus had dit voor ons geregeld.) We zaten op een boerderij in Walcha, Mirani, met 16.000 schapen, een paar duizend koeien, paarden, honden, kippen en een emu. We hadden hier ons eigen kleine huisje in de tuin, met een slaapkamertje en een badkamer voor onszelf, goed geregeld toch?

Hugh, de eigenaar, was meestal met de schapen aan het werk of op zakenreis, en Felicity had haar eigen interieurdesign bedrijfje. Onze taak was om elke dag een paar uurtjes op de kinderen te passen als zij wilde werken, een beetje in de tuin te werken (we deden er zes uur over om het gras te maaien met zo'n ding waar je op kan zitten!) en de dieren te verzorgen. In ruil hiervoor kregen we dus onderdak, eten en wat zakgeld.

We hebben ook nog vijf dagen het rijk voor ons alleen gehad toen Hugh een paar dagen wegging om te vissen en Fid met de kids bij opa en oma in Brisbane op bezoek ging. We hebben paardgereden, gefietst, en mochten de 4WD van Hugh lenen om te camperen in een groot nationaal park daar in de buurt, Riverside. Het was ook wel nodig om met de 4WD te gaan want om er te komen moet je voornamelijk over een hobbelig zandweggetje rijden en op het laatste stuk van 3 km gaat de weg 800 meter naar beneden! Dat had het busje niet leuk gevonden... Op de campsite aangekomen waren we helemaal alleen, we hebben gezwommen in het meertje, gebarbequed en gewandeld, heerlijk!

We hebben dus een hele leuke tijd gehad op Mirani (ondanks dat de kinderen duiveltjes waren) met heerlijk eten, elke dag vers brood, cappucino, paardrijden, relaxen etc., maar na een maand was het wel weer tijd om te vertrekken.

Oh ja, Viv heeft in Walcha ook nog haar Learners rijbewijs gehaald! Na wat geoefend te hebben op het internet heeft ze een theorie test gedaan en nu mag ze, met iemand die wel een rijbewijs heeft (guess who) 'oefenen' met rijden! Met Viv aan het stuur zijn we dus vertrokken richting Port Macquarie om via de kust weer naar het noorden te trekken...

Het eerste plaatsje waar we aangelegd hebben was Byron Bay, een supergezellig, alternatief stadje waar we even flink zijn wezen stappen en een paar dagen op het hagelwitte strand hebben gelegen. Hierna zijn we doorgereden naar Surfers Paradise om even te winkelen en lekker op een terrasje te zitten.

Het reizen hebben we hier nu wel helemaal door. Langs de grote snelwegen heb je hier om de paar honderd kilometer 'Driver Reviver Sites', plaatsen waar je een gratis kopje koffie of thee en een koekje kan krijgen. Vaak kan je hier ook wel gratis overnachten en soms hebben ze zelfs douches en zo. Pasen hebben we ook op zo'n plaats doorgebracht, lekker aan een grote rivier waar je kan zwemmen, 's avonds met een glaasje wijn bij ons kampvuurtje gezeten, helaas wel zonder chocolade eitjes...

De volgende bestemming was Hervey Bay, en van daaruit hebben we een dagtocht gemaakt naar Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld. In een 4WD touringbus zijn we het eiland over gecrosst langs een groot meer waar je je sierraden kon poetsen met het zand, de Pinnacles (grote gekleurde rotsen), een scheepswrak, en na de heerlijke lunch hebben we gezwommen in Eli Creek en nog een bushwalk gedaan door het regenwoud.

Na Fraser Island zijn we naar Rockhampton gereden waar we nog even de botanische tuinen hebben bekeken en naar de kinderboerderij zijn gegaan. Net als in Nederland, maar dan met koala's, kangaroes, emu's, en krokodillen!

Tenslotte zijn we, na nog even twee backpackers met autopech te hebben aangeduwd, in Airlie Beach aangekomen voor een cruise naar de Whitsunday eilanden. Voor we vertrokken hebben we eerst nog een paar dagen bij het kunstmatige lagoon doorgebracht, want in verband met de dodelijke kwallen hier kan je niet in de zee zwemmen!

De cruise was in één woord geweldig: drie dagen lang hebben we gezeild op een groot oud zeilschip (de Derwent Hunter), gesnorkeld, gewandeld, 's avonds gerelaxed bij gitaarmuziek en heerlijk geslapen op het dek onder de sterrenhemel. En natuurlijk de vele hagelwitte strandjes bezocht - zo uit de reclames! Na de cruise zijn we nog gezellig met z'n allen uitgeweest en toen zat het er helaas al weer op. De volgende dag op de camping heeft Viv met d'r duffe hoofd nog op een slang getrapt! (Nee, geen tuinslang...)

Na de cruise was het geld helaas al weer op en waren we ook wel weer genoeg uitgerust om aan het werk te gaan. Rond die tijd begon het fruitpluk seizoen in noord Queensland, en dus reden we naar Bowen op zoek naar een baan. Door de droogte hier waren we echter net iets te vroeg voor de tomaten, maar bij één van de hostels kregen we een adresje waar we waarschijnlijk wel werk konden krijgen.

Na 90 km de outback in gereden te zijn, echt in the middle of nowhere, kwamen we aan bij een grote boerderij, met vieze keukens, smerige kamers, een zanderig stukje grond waar we zouden moeten kamperen in onze bus voor $100 per week en veel ongelukkige backpackers die er werkten. We bedachten ons geen moment en zijn gelijk weer weg gereden, een boze boerin achterlatend, en hebben een camping opgezocht in Home Hill. Via de eigenaren van die camping zijn we in contact gekomen met Alf, een oud mannetje dat voor alle boerderijen in de omgeving mensen regelt, transport verzorgd etc. en de volgende dag konden we al beginnen!

Aan het werk bij Rocky Ponds Produce: paprika's en honey dew meloenen plukken, en dat doen we nu al drie weken. 's Ochtends worden we om 6.15 bij de camping opgepickt en we werken dan van 7 tot 5 uur en dat zes dagen in de week, pfff. Jasper staat de hele dag gebukt in de brandende zon ('t is hier dan wel herfst maar nog steeds >30 graden) te plukken en Viv staat achterop de trekker te sorteren of in de schuur in te pakken. Maar we hebben een leuk team, staan op een leuke camping voor maar $60 per week en kunnen even lekker sparen. Er is namelijk verder helemaal niks te doen in dit kleine plaatsje, maar we zijn toch veel te moe.

Afgelopen zaterdag zijn we nog wel even naar de Rodeo geweest en morgen zijn er paardenraces. Dit is het grootste evenement in de wijde omgeving en er komen duizenden mensen op af dus dat is waarschijnlijk wel leuk. En we gaan ook nog wel even een gokje wagen, je weet maar nooit.

Maar goed, dit was het dan wel weer. We blijven hier nog een week of drie en dan gaan we naar Cairns om lekker van ons zwaar verdiende geld te genieten en een duik cursus te doen! Jullie horen het wel weer...

A long long time ago...
31 juli 2003 (5:44)

...waren we nog in Home Hill, paprika's aan het plukken. Ondanks het zware werk hebben we toch nog een hele leuke tijd gehad in sleepy town Home Hill. Of nou ja, 'sleepy', in de vijf weken dat wij er zaten was er net een spectaculaire rodeo, een paardenrace waar het dorp en omgeving al het hele jaar naar toe hadden geleefd en het suikerriet werd in lichterlaaie gezet (duizenden hectares) waardoor er zwarte 'sneeuw' uit de lucht kwam vallen. Verder hadden we een heel leuk team waarmee we barbeques hebben gehad, in de kroeg hingen en nog wat dachtjes en nachtjes op het strand hebben doorgebracht met kampvuren, marshmellows en zwemmen bij zonsopgang. Maar na een week of zes lag het werk een beetje stil; het was 's nachts nog maar 15 graden waardoor het fruit niet wilde rijpen. Omdat er nog maar voor twee of drie dagen in de week werk was besloten we weer verder te reizen; op naar Cairns!

Maar na vijf kilometer sloeg het noodlot toe en begon ons lieve busje te roken, stotteren en lekken. We hebben dan allebei wel geen bal verstand van auto's maar dit leek ons geen goed teken. Dus wij naar de RACQ (ANWB) gebeld waar we gelukkig lid van zijn en die kwamen al snel tot dezelfde conclusie. Daar ging ons busje dan, achterop de takelwagen naar de RACQ garage in het volgende plaatsje, Ayr, acht kilometer van Home Hill. Na een paar dagen op de camping in ons kleine groene tentje kwam het vonnis: de waterpomp was kapot gegaan, motor oververhit, gaten in de uitlaatkleppen enz. enz. (enz. enz.) Het zou minstens €1250 gaan kosten om het busje te repareren!

Terug op de camping zagen onze buren, waarvan er eentje zelf monteur was geweest, onze sippe gezichten. We vertelden hen wat er aan de hand was en hoeveel het zou gaan kosten en ze waren het er al snel over eens dat we ongelovelijk werden afgezet! Samen met hen zijn we toen langs een paar auto slopen en andere garages gegaan en uiteindelijk vonden we een monteur die ons busje kon maken voor 'maar' €600. Daar hebben we natuurlijk samen even een biertje op gedronken!

Omdat het alleen wel even zou duren voordat de monteur tijd had besloten we om maar vast met de bus naar Cairns te gaan, en later terug te komen om het busje op te halen. In Cairns hadden we afgesproken met een paar andere plukkers en zijn we een avondje flink wezen stappen... en we hebben er ons duikbrevet gehaald!

Dat was in een woord geweldig. Eerst kregen we twee dagen theorie en moesten we allerlei oefeningetjes doen in het zwembad, en toen zijn we drie dagen en nachten het Great Barrier Reef op gegaan. In het begin was het best wel een beetje eng (Viv) om op 18 meter diepte 'gewoon' onder water te ademen. Maar na een paar duiken heb je alleen nog maar oog voor alle mooie dingen om je hen en voel je je als een vis in het water. En na vier duiken op het Reef hadden we dan ons brevet! Hierna hadden we nog vijf duiken die we alleen (met z'n tweetjes) mochten doen en toen kregen we er echt lol in. De nachtduik (!) was wel even slikken, vooral toen Jaspers lamp het niet meer deed, maar 't is gelukkig allemaal goed afgelopen.

Na Cairns hebben we ons busje weer opgepikt (hij heeft het nog nooit zo goed gedaan!) en toen zijn we eindelijk Whoop Whoop (de Outback) in getrokken. Maar de tijd zit er hier helaas al weer op (op internet dan)... Dus de trip naar Darwin, Kakadu, Alice Springs, Uluru en Adelaide houden jullie nog tegoed!

Whoop Whoop
7 september 2003 (15:26)

Wat gaat de tijd verschrikkelijk snel. 't Is alweer meer dan twee maanden geleden dat we vanaf de oostkust de outback in trokken, of Whoop Whoop, zoals ze het hier noemen. En er staat nog helemaal niets van in het reisverslag. Oeps…

Echt vreemd dat je uren, zelfs dagen, door helemaal niets kunt rijden. Stel je voor: gigantische vlaktes, dor gras, magere koetjes, dode bomen en een felblauwe lucht. 's Overdag is het bloedheet, maar 's avonds koelt het aardig af naar soms maar 2 graden. Maar bij ons kampvuurtje zitten we nog tot laat in de avond buiten. En dan die fantastische sterrenhemel, zoveel sterren hebben we nog nooit gezien!

Na vijf dagen rijden kwamen we weer in de bewoonde wereld. Mataranka, een klein plaatsje met een heerlijke warm-water bron, wat voor onze spieren wel nodig was na al die uren in de auto. De volgende dag naar Katherine, gewandeld langs de prachtige kloof (Katherine Gorge) en 's avonds van de prachtige zonsondergang genoten. Omringd door vleermuizen en walibi's. Na een nachtje kamperen naar de Edith Falls, in hetzelfde Nationale Park. Echt een paradijsje: watervallen, palmbomen, rotsen...

Nog even naar Litchfield, volgens veel Australiers beter dan Kakadu, waar we veel gewandeld, gezweet en gezien hebben, en toen kwamen we alweer aan in Darwin. De hoofdstad van het Northern Territory, waar we voor 't eerst sinds 10 dagen weer een wolkje zagen. Hier gingen we weer hard op zoek naar werk, maar al snel bleek dat vrij hopeloos te zijn. 't Enige beschikbare was meloenen plukken, op een afgelegen boerderijtje 50 km uit de stad. Nee dank je, niet nog eens, genoeg meloenen voor ons!

Naast het zoeken naar werk hebben we natuurlijk ook nog even van de stad genoten: lekker aan het strand gelegen, de stad bekeken, naar de possum boom midden in de stad waar je die schattige beestjes achter de oren kon krabben, en natuurlijk naar de Sunset Beach Market. Echt supergezellig, met muziek, straatartiesten, sierraden, souvenirs. En tijdens de zonsondergang lekker eten van een van de tientallen eetkraampjes uit de hele wereld aan je zelf meegebrachte tafeltje en stoelen. Hier hebben we ook onze didgeridoo gekocht! En we zijn nog steeds hard aan het oefenen...

Toen weer Whoop Whoop in. Eerst naar Kakadu National Park, ondanks dat veel mensen zeiden dat het niet de moeite waard was (Kakadon't), en 't viel echt niet tegen! We hadden al zoveel natuur gezien maar toch blijft het je steeds weer verbazen. En hier zagen we ook aboriginal art: rotsschilderingen van wel 10.000 jaar oud.

En overal stonden bordjes: pas op voor krokodillen, maar 'helaas' waren we er nog geen één tegen het lijf gelopen. Dus besloten we maar op zo'n duffe tour te gaan, met een boot vol oudjes (sorry opa's en oma's) de Yellow River billabong op. Maar we zagen de krokodillen. Vijf meter grote Salty's (zoutwaterkrokodillen), een klein zeldzaam zoetwaterkrokodilletje, waterslangen, langnek schildpadden, heel veel vogels, wilde paarden, meer dan de moeite waard.

Na Kakadu gingen we op weg naar Alice Springs, in het midden van Australie. Daar hebben we nog een bezoekje gebracht aan de grootste school ter wereld: 1,3 miljoen vierkante kilometer! Natuurlijk geen gewone school, maar een radioschool. Het was wel leuk om te zien hoe dat vroeger ging en dat ze tegenwoordig via het internet hun juffie zelfs kunnen zien. Ook erg grappig om te horen hoe ze liedjes zingen via de one-way radio, omdat ze elkaar dan niet kunnen horen!

Verder dachten we dat we in de buurt van Alice Springs alleen maar naar Uluru (Ayers Rock) en Kings Canyon hoefden, maar er bleek nog een ander mooi nationaal park in de buurt te zijn: de McDonell Ranges. In dat prachtige natuurpark hebben we natuurlijk ook nog een paar nachtjes gekampeerd; we zullen jullie niet met de details vervelen.

En dan eindelijk: de rots die je móet zien als je in Australie bent. Maar eerst zijn we naar die ernaast gaan kijken: Kata Tjuta (The Olgas). Na een flinke wandeling hier hebben we de zonsondergang bij Uluru bekeken. Prachtig hoe die grote rost van geel naar rood veranderd. De volgende ochtend weer heel vroeg op om ook de zonsopgang te bekijken, die zo mogelijk nog mooier was. Wel koud, in zo'n 2 graden, maar met een lekkere kop warme choco in ons busje.

Van dichtbij is Uluru echt heel indrukwekkend. Eén grote rots met een omtrek van 9 km, betoverend! Het einige stomme is dat al die lompe toeristen, ondanks de duizenden waarschuwingen en verzoeken om asjeblieft niet Uluru te beklimmen (het is een heilige berg voor de Aboriginals) toch vrolijk de berg op gaan. Wij zijn er gewoon omheen gelopen.

Dan Kings Canyon, ook weer heel mooi. Na al die mooie, interessante, geweldige wandelingen, prachtige uitzichten, adembenemende zonsondergangen en paradijselijke watervalletjes krijg je zelfs daar een keer genoeg van. Daarom waren we blij toen we aankwamen in het volgende stadje, Coober Pedy. Maar wat een domper. Ineens zie je overal bergen stof en aarde, net een maanlandschap, en daar middenin ligt een klein grauw dorpje. En alles draait er om opalen: overal zijn mijnen, opgravingen en winkeltjes. Hier woont dan ook 75% van al het schorem in Australie.

Toen we van het uitzicht genoten werden we door een Chinees mannetje uitgenodigd om naar zijn winkeltje te komen kijken. Alle opalen in het winkeltje had hij zelf opgegraven, uit z'n eigen mijn naast z'n hutje: een schacht van 70 bij 70 cm, meer dan 20 meter diep!

En dat was al weer de outback. We waren aangekomen in Adelaide, ons busje heeft het gered! Even de highlights bekeken (vooral veel oude gebouwen) maar door het slechte weer zag het er allemaal nogal somber uit en besloten we dan ook maar snel door te rijden naar Melbourne en daar naar een baan te zoeken. Het nationale park hier (Flinders Ranges), daar hadden we even geen zin in. Dus via de Great Ocean road, die echt net zo mooi is als in de boekjes, slingerend langs de oceaan (met de elf Twaalf Apostelen), door bossen en langs pittoreske dorpjes, weer op weg.

Nu zitten we alweer vier weken in Melbourne. We hadden veel geluk: een baantje (bij GAPbuster) en een leuk appartement na drie dagen. Ons appartementje ligt in St. Kilda, ongetwijfeld de leukste wijk in Melbourne. Vijf minuutjes van het strand, middenin het uitgaansleven, vol leuke winkeltjes, terrasjes, en absurd veel winkeltjes waar ze taart verkopen.

Vorige week zijn we nog naar een Australian Rules Footbal wedstrijd geweest, de populairste sport hier. 't Is een soort kruising tussen voetbal en rugby, best leuk om te zien. Afgelopen weekend flink wezen stappen. We houden het voorlopig dus nog wel even vol. Over een maandje, als we wat gespaard hebben, gaan we naar Tasmanie, dan Sydney, een paar daagjes Bali en als alles goed is komen we op 15 november weer aan in Nederland! Tot dan!

Nog even...
28 oktober 2003 (6:56)

We hebben een hele leuke tijd gehad in Melbourne: lekker uit geweest, naar de film (Nemo en Pirates of the Caribean), naar het strand, uit eten etc. Maar na een laatste afscheidsdiner met onze collega's en een aangeschoten werknacht bij GAPbuster gingen we nog dezelfde dag met de boot naar Tasmanie.

Na een reis van bijna 10 uur kwamen we aan op het "eilandje", in Devonport. Lekker ontbeten bij een chocoladefabriek en toen op weg om weer eens wat natuur en cultuur te zien. We zijn onder andere naar Wineglass Beach geweest, een van de mooiste stranden ter wereld! We hebben een Ghost Tour gedaan bij Port Arthur, vroeger een gevangenis van Engeland: in het donker door de spookhuizen, cellen en het mortuarium… spooky! En we hebben een bezoekje gebracht aan de Cadbury fabriek: het bekendste chocolademerk in Australie.

En onderweg natuurlijk tig watervalletjes, prachtige uitzichten, regenwouden… te veel om op te noemen. En 't was prachtig allemaal: 't is hier lente dus alles staat in bloei, overal lopen lammetjes, kalfjes en joeys (baby kangoeroes). Verder nog de Tahuna Airwalk gedaan: op een platform door het regenwoud, 40 meter boven de grond. We zijn naar Cradle Mountain en Lake St Claire geweest waar de dag ervoor 20 cm sneeuw was gevallen en alles prachtig wit was. En we hebben wombats, Tasmaanse duivels, koala's en kangaroos geaaid in het Trowuna Wildlife Park!

Na elf dagen Tasmanie weer terug naar het vasteland. Even een stop gemaakt in Canberra, de hoofdstad, om de noodzakelijke dingen te doen (botanische tuinen, nationaal museum en parlement) en toen kwamen we alweer in onze eindbestemming: Sydney. Met nog maar drie weken te gaan in Australie werd het tijd om de bus te verkopen. Na een paar spuitbussen verf om de roest weg te werken en de verplichte veiligheidschecks (waar het busje gelukkig allemaal doorheen kwam) konden we de bus te koop zetten op de Kings Cross automarkt, waar alle backpackers in Syndey heen komen om hun auto te kopen of verkopen. Maar daar aangekomen was 't even slikken: er stonden nog 25 andere busjes te koop en een hele zooi auto's! En we hoorden verhalen van mensen die er al 10 of 14 dagen zaten, in die donkere parkeergarage terwijl het buiten 25 graden was…

Na ongeveer anderhalf uur kwamen de eerste mensen kijken bij ons busje. Tot onze verbazing wilden ze graag even een proefrit maken, en daarna gelijk maar even de auto na laten kijken door een monteur. Er bleek niet al te veel meer mis mee te zijn, na alle reparaties die wij er aan hadden gedaan, en de bus was verkocht! En zelfs voor meer dan wij 'm gekocht hadden!
Als troost maar even wat bier gekocht voor alle andere backpackers op de automarkt…

Maar nu hadden we nog twee en een halve week over in Sydney, dus besloten we om maar iets eerder naar Bali te gaan. Nog even een weekje rondkijken in Sydney, lekker naar het strand in Bondi Beach, en dan op maandag 3 november al lekker naar Bali. En op 15 november om acht uur 's ochtends komen we aan op Schiphol… Tot snel!

Like deze pagina

Specialisten Australië

Stay tuned

Wil jij elke maand naar Australië?

  • Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief boordevol foto's, prijsvragen en insider tips.
  • Ook ontvang je speciale deals van onze partners!

Aanmelden nieuwsbrief

Australië kenner
Sponsors